Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 18-03-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Egbert van Drielst

Egbert van Drielst (gedoopt Groningen 745 - Amsterdam 1818) was een kunstschilder die veel Hollandse landschapsschilders uit de 19e eeuw heeft beïnvloed. Van Drielst wordt wel de Drentse Hobbema genoemd. Als een van de eerste Hollandse kunstenaars heeft Van Drielst zich door de bossen en dorpen in de provincie Drenthe laten inspireren.

Van Drielst was eigenlijk tekenaar. Zijn tekeningen van landschappen zijn geliefde verzamelobjecten. Hij reisde veelvuldig door Nederland (regelmatig naar Eext en het buiten Elswout, bij Haarlem), België, Engeland en Duitsland.

Van Drielst kreeg zijn eerste schilder- en tekenonderwijs op veertienjarige leeftijd bij Johannes Franciscus Francé in de lakfabriek van Steven Numan in Groningen.
Omstreeks 1761 kwam Van Drielst, samen met Numans zoon Hermanus naar Haarlem en werd daar leerling van de behangschilder Jan Augustini. In 1765 trok Van Drielst naar Amsterdam om zich daar verder te bekwamen in het schilderen van behang. Hij studeerde tot 1768 bij Hendrik Meijer; daarna was hij twee jaar werkzaam bij de behangschilder Jan Smeijers.
Inmiddels was Van Drielst ook lid van de Stadstekenacademie, een genootschap dat bijeen kwam in de bovenzaal van het stadhuis. Andreas Bonn gaf de schilders anatomieles.

Tenslotte kreeg hij de behoefte zich als vrij kunstenaar te manifesteren. Zijn eerste schilderij ontstond in 1776. Van Van Drielst zijn enkele naakten bekend.

In 1772 bezocht hij voor het eerst het dorp Eext, waar hij gedurende een periode van tientallen jaren regelmatig terug zou keren. Op jonge leeftijd had Van Drielst reeds kennis gemaakt met de provincie Drenthe, toen hij om familie in Steenwijk te bezoeken regelmatig door dit gebied reisde. De talloze tekeningen die hij hier maakte vallen op door nederige bebouwing onder overdadig geboomte. Aan gebieden met weinig begroeiing, zoals de veen- of heidestreken, gaf hij geen aandacht.

In 1787 was hij poorter in Amsterdam. Hij werd in 1788 lid van Felix Meritis.

Tussen 1770 en 1810 schilderde Van Drielst ongeveer tien behangensembles, meestal voor huizen aan de Amsterdamse Keizersgracht. De behangschilderingen zijn slechts deels bewaard gebleven en vrijwel nooit op de oorspronkelijke plek. Egbert van Drielst woonde zelf ook op Keizersgracht 592 en 418 en schilderde bij de opdrachtgever, zodat hij rekening kon houden met de lichtinval.

Ondanks het feit dat zijn werken vaak wel van een titel met dorpsnaam zijn voorzien, zijn ze echter meestal niet te lokaliseren. De 'aankleding' van de tekeningen vertoont de kenmerken van een ideaalbeeld zoals de kunstenaar dat zag, met als gevolg dat er een zekere gelijkvormigheid in de landschappen valt te bespeuren.
De reizen van Van Drielst, die overigens evenzeer andere streken in het land of daarbuiten bezocht, vonden veel navolging. Alleen of in gezelschap van anderen kwamen vele tekenaars naar Drenthe. Velen daarvan waren evenals Van Drielst in de behangselindustrie werkzaam geweest. Jan Vuring, stiefzoon van Egbert van Drielst, die later de naam Vuring van Drielst aannam, trad in de voetsporen van zijn stiefvader. Ook hij werd landschapsschilder en -tekenaar, maar overleed jong, zodat hij slechts weinig werken naliet.

Van Drielst trouwde in 1790 met Johanna Nauta in Amsterdam. Zij was de weduwe van Coenraad Vuring. Haar zoon Jan Vuuring van Drielst werd door Van Drielst opgeleid tot kunstschilder.

Zijn belangrijkste behangschilderingen zijn te zien in Geelvinck Hinlopen Huis. Het meest opvallend is de horizon op ooghoogte. In het Rijksmuseum hangt het afscheid van Krayenhoff in Maarssen van generaal Daendels, dat hij in 1795 in samenwerking met Adriaan de Lelie schilderde.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 20.