Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 08-08-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Duitse bezetting

Duitsland viel op 10 mei 1940 Nederland (alsmede België en Luxemburg) binnen. De hoop was dat de Fransen en Engelsen snel Nederland weer zouden bevrijden maar na de evacuatie uit Duinkerken, waar de geallieerden maar ternauwernood aan omsingeling ontsnapten, volgde de capitulatie van Frankrijk. Na de Nederlandse capitulatie en het vertrek van de laatste Franse troepen was heel Nederland bezet.

Tijdens de bezetting worden ruim honderdduizend Nederlandse Joden vermoord in concentratiekampen. Wanneer Hitler in 1941 de aanval inzet op de Sovjet-Unie, sluiten zo'n twintigduizend Nederlandse mannen zich aan bij het Duitse leger. Er zijn ook mensen die zich aansluiten bij het verzet, maar de meeste zijn passief anti-Duits.

Het bezette Nederland wordt eerst bestuurd door het Duitse leger, maar dat verandert snel in een burgerlijk bestuur. Hitler doet dit met een reden: de Nederlanders zijn voor hem een 'Germaans broedervolk' en moeten voor het nationaalsocialisme worden gewonnen. Dat kan volgens hem het beste door het bestuur zo veel mogelijk aan de Nederlanders te laten, met een bovenlaag van Duitse functionarissen. De Duitsers worden bijgestaan door leden van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), een Nederlandse partij met vergelijkbare ideeën als de Duitse NSDAP, en door meelopers en profiteurs.

Mobilisatie
Op 3 september 1939 werd afgekondigd dat alle militairen moesten opkomen om onze grenzen bij een eventuele aanval te verdedigen. In het raam van de grensbewaking waren te Zuidbroek een honderdtal Nederlandse militairen ondergebracht ter bewaking van de bruggen en te Noordbroek plusminus zestig. Dit betekende, dat zij bij een eventuele aanval uit het oosten de eerste stoot moesten opvangen.

In Noordbroek moesten de volgende punten verdedigd worden: de brug over het Maar in de weg naar Siddeburen, de brug bij post Hindrikje onder Noordbroeksterhamrik en de brug onder Rodetil. En in Zuidbroek: de spoorbrug, de klapbrug over de ingang spoordok, die over het Winschoterdiep, de Boerenklapbrug en de draaibrug onder Krommerakken. Onder al deze bruggen was een springlading aangebracht en bij de bruggen was een kazemat gebouwd voor onze militairen, van waaruit zij de vijand moesten beschieten.
Al deze bruggen werden in de morgen van 10 mei 1940 opgeblazen. Te ongeveer vijf uur werden de omwonenden gewaarschuwd om zich te verwijderen. En een uur later begonnen de knallen en daar gingen de bruggen een voor een de lucht in.
Onze militairen doken in de kazematten. Hun opdracht was: hardnekkige verdediging. Met het uur groeide de spanning. De berichten werden hoe langer hoe verwarder. Te ongeveer elf uur zagen wij onze militairen op vrachtauto's klimmen en vertrekken.
Een uur later kwamen de eerste Duitse soldaten al in Zuidbroek. Zij kwamen van de richting Noordbroek, liepen midden over de weg en speurden of er nog ergens gevaar voor hen te vrezen was.
Op die eerste dag werden des middags te ongeveer vier uur al plakkaten aangeplakt, waarop stond, hoe de bevolking zich moest gedragen. Zij waren in het Nederlands opgesteld en er onder stond: Berlijn, 9 mei 1940.
Wat inmiddels onze eigen soldaten moesten doormaken, is moeilijk te beschrijven. Onder stof bedolven vonden wij echter op zolder van het voormalige gemeentehuis te Noordbroek een rapport van de eerste luitenant J. Schuttevaer over de vijf oorlogsdagen. Hij was aangewezen voor de verdediging van de brug in het gehucht De Hongerige Wolf bij de Nieuwe Statenzijl. Bij zijn groep was ook ingedeeld G.J. Telkamp uit Noordbroek. Dat rapport laten wij hier volgen:
'Vrijdagmorgen, 10 mei. Plm. 1.45 uur: talrijke vliegtuigen passeren de grens en vliegen westwaarts.
Die uur: allen in stelling. Uitgezonden patrouille nog niet teruggekeerd.
3.30 uur: tweede parouille uitgezonden met opdracht om eerste patrouille te zoeken.
4 uur: eerste patrouille erug. Tweede patrouille, bestaande uit de dienstplichtigen Bokje en de Bruin, verder gegaan na uitwisseling van inlichtingen. Rumoer langs de grens gemeld. Vuurkoord laten aanbrengen.
Plm. 4.15 uur: uit de richting Nieuwe Schans horen wij ongeveer negen choten van pag. Daarna enig geweervuur. Dan een brugontploffing aldaar. Daarna horen wij elders bruggen opblazen.
Plm. 4.15 uur: nog telefonische verbinding met Woldendorp. Aldaar gemeld de gehoorde pag-schoten. Nog niets bekend van grensoverschrijding.
Plm. 6.30 uur: onze brug laten springen na ons rechter nevenobject. Alle telefonische verbindingen verbroken.
Plm. 4.30 uur: begonnen met afvoer burgerbevolking.
Plm. 7.15 uur; zelf op de motor verbinding gezocht met rechter en linker nevenobjecten. Beide reeds een uur geleden vertrokken.
Plm. 7:30 uur: vijand rechts reeds doorgetrokken. Ik vrees afgesneden te worden en beveel terugtocht. Twee pantserwagens met anti-tankgeschut staan dan reeds voor de versperring als de laatste man uit de kazemat terugtrekt. Met 19 man plus een hospitaalsoldaat en Rode Kruis-auto vertrokken. Brug te 't Waar reeds gesprongen. Derhalve over Scheve Klap getrokken. Zwaagweg was reeds verlaten. Rode kruis-wagen moest voor de versperring worden achtergelaten. De dienstplichtige soldaat Behling is al heel spoedig (waarschijnlijk moedwillig) achtergebleven. In Wagenborgen opdracht gegeven om stelling te nemen buiten de bebouwde kom. Al de daar aanwezige troepen opgesteld, waarvan verscheidene zonder kader. Onze sectie had de mitrailleurs moeten achterlaten vanwege de verrassing door pantserwagens. Als opstelling gereed is, krijg ik bericht met mijn groep stelling te nemen aan De Dellen. De sectie van luitenant Alberts zit aan de weg naar Siddeburen (Eelshuis), terwijl luitenant Doornbos tussen ons in zit. Er wordt geschoten tussen Eelshuis en Wagenborgen. Langs de weg naar Siddeburen trekken onze troepen terug. Luitenant Doornbos en zijn mannen doen een wilde poging tussen de vurenden te ontsnappen, wat aanvankelijk schijnt te gelukken. Later zien wij troepen terugkeren, waarschijnlijk gevangen genomen. De groep van Luitenant Alberts heeft de witte vlag uitgestoken en is gevangen genomen. Gemotoriseerde troepen verschenen op de weg en wij waren afgesneden. De dienstplichtige Ottens is in Wagenborgen met een lekke band achtergebleven. De rest heb ik met veel moeite bij elkaar gehouden.
Na krijgsraad besloten om te trachten via Noordbroek te ontsnappen. Onderweg valt er een te water.
De volgende dagen: overdag geschuild bij de boeren, 's nachts door de dorpen getrokken. Berichten van de buitenwereld komen spaarzaam door. Radio niet meer gehoord. Wij zijn 17 man sterk. De dienstplichtige hospitaalsoldaat Klein is in Wagenborgen met de burgerchauffeur van de Rode Kruiswagen Immenga met een andere auto vertrokken. De dienstplichtige soldaten Raven, Mellema, Pluis en Velda zijn op mijn lichtsein zelfstandig op de terugtocht gegaan. De dienstplichtige Dreise is met goederenauto vertrokken. De patrouille Bokje en De Bruin zijn waarschijnlijk in handen van de vijand gevallen. Onze bewapening is vrij onvoldoende. Niettemin hopen wij zo lang mogelijk op vrije voeten en te zamen te blijven. De boeren waar wij onderdak hebben gezocht, doen hun best ons inlichtingen te verschaffen omtrent Duitse troepenverplaatsingen. Steeds is bij ons de hoop levend, ons nog weer bij de onzen te kunnen voegen. Talrijk zijn onze plannen geweest, doch de omstandigheden keerden zich op het laatste moment weer tegen ons. Als verantwoordelijke en zelfstandig commandant besloot ik, het leven van mijn mannen niet aan een nutteloze en roekeloze poging tot verzet te offeren, tenzij bij een rechtstreekse aanval, waarin wij ons leven zo duur mogelijk zouden verkopen. steeds heb ik het uiteengaan inburgervermomming of in groepjes verhinderd. Wij zijn militair, wij blijven militair. Toen echter distributie werd ingevoerd en de levensmiddelenvoorziening voor de gehele groep in gevaar dreigde te komen, besloot ik als uiterste middel, d.w.z. na twee dagen vasten en niet eerder, het bevel te geven de troep te ontbinden.
Op 13 mei bereikten ons berichten (radio), dat aan afgesneden militairen en troepenonderdelen de raad werd gegeven, zich schuil te houden. Wij zaten toen in de schuur van Snitjer aan de dwangsweg te Stootshorn. Gezien het gevaar van ontdekking besloten wij om nog niet naar de troep terug te keren.
Op 14 mei, des morgens om tien uur, heb ik mij in burger gestoken en mij naar een andere woning begeven om radioberichten te beluisteren endaaruit aanwijzingen te putten voor mijn verdere gedragingen. Niettemin heb ik de rijwielen reeds zwart laten lakken, daar het zeer moeilijk was deze te vernietigen. Voorzieningen getroffen voor aanvoer van benodigdheden voor vlucht.
Des avonds om 19 uur: De wapens neergelegd door het Nederlandse leger. Thans vast besloten als geregelde troep ons te laten ontwapenen, zij het door bemiddeling van eventuele burgerautoriteiten.
15 mei: order van de opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht: het is aan alle militaire commandanten van de Nederlandse Weermacht verboden om militairen met verlof te sturen. Nadere orders volgen. Radiobericht te 10.20 uur: 'Hedenmorgen is Den Haag door gemotoriseerde troepen bezet. Behalve enkelen, bestemd voor versterking van de politie, zijn aanwezige Nederlandse troepen ontwapend.' Heden geweest op informatie, waar onze wapens moeten worden ingeleverd. Besloten om naar de burgemeester van Noordbroek te gaan om bemiddeling en contact te krijgen met een Duits commando. Aangezien de tijd ontbreekt vandaag, uitgesteld tot morgen.
16 mei: wij begeven ons naar het kerkje te Stootshorn om te voorkomen, dat Snitjer moeite krijgt omdat hij ons opgeborgen heeft. In dat kerkje geven wij ons krijgsgevangen.'



De gevolgen van de Duitse bezetting zijn ontzettend geweest. Het daardoor veroorzaakte lijden is niet in woorden uit te drukken. Wij volstaan met een kort overzicht met wat in Noordbroek en Zuidbroek gebeurd is.

Op 12 september 1940 vielen er negen brisantbommen onder Stootshorn. Zij ontploften wel, maar richtten geen schade aan.
Op 30 september werden phosphorplaatjes gevonden onder Korengarst en bij de grens tussen Noordbroek en Zuidbroek. Er werd geen brand veroorzaakt.
Op 8 oktober te ongeveer twaalf uur was er boven Noordbroek een luchtgevecht tussen twee vliegtuigen. Vier schoten werden gehoord. Uit een van de vliegtuigen kwamen rookwolken. In een dwarrelende beweging kwam het aangeschoten vliegtuig naar beneden. Het was een Engels toestel en het kwam neer voor de woning van Ds. Vis in de Hoofdstraat. Meteen sloegen de steekvlammen naar alle zijden. Aan de omliggende woningen ontstond enige schade. De Engelse piloot was tevoren uit het vliegtuig gesprongen met een parachute. Hij kwam in Noordbroeksterhamrik neer bij het watergemaal van Mengedoth. Hij werd aan de Duitse weermacht overgegeven.
In de morgen van 17 januari 1941 werd een brandbom uit een vliegtuig geworpen, die terecht kwam in het Noorden van Noordbroek, ongeveer tweehonderd meter ten westen van de hoofdweg. Een kleine kuil was in de bevroren grond zichtbaar. De ongeving van de kuil was geschroeid.
In de nacht van 16 op 17 april 1941 werden onder Korengarst en Noordbroeksterhamrik een aantal brisantbommen uitgeworpen op het land van P.E. Diddens, J.H. Winter en J.E. Smit. De ontstane kuilen hadden een doorsnede van 7 à 8 meter en een diepte van 2 à 3 meter. Ook werd een groot aantal kleine gaten gevonden veroorzaakt door brandbommen. De woningen van Winter, Westerdijk en De Haan kregen enige ruitenschade.
In de nacht van 20 op 21 juni vielen weer heel wat brand- en brisantbommen. Het huis van J. Pannenborg in Uiterburen brandde af. De Bommen die onder Noordbroeksterhamrik en Korengarst vielen richtten weinig schade aan.

In het eind van 1942 begon het wegvoeren van Joodse gezinnen. Wat toen door flinke Joodse gezinnen geleden is, is niet te peilen.

In het begin van 1943 schreef de groepsleider van de Nationaalsocialistische Beweging een brief aan de burgemeester van Zuidbroek. Hij vroeg om de volgende brief te schrijven aan de schoolhoofden: 'In de tuin van de heer Molanus staat de foto van de leider van het Nederlandse volk. Het glas daarvoor is vermoedelijk door een van de schoolgaande kinderen stukgegooid. Ik verzoek u de onderwijzers op te dragen, de kinderen onder het oog te brengen, dat dergelijke baldadigheden wel eens voor de gemeente ernstige gevolgen kunnen hebben.'

Toen in mei 1943 de gewezen Nederlandse soldaten zich op Duits bevel weer moesten melden, brak er grote onrust uit onder de bevolking. Overal braken stakingen uit, ook in Noord- en Zuidbroek. De burgemeesters moesten de namen van de stakers opgeven. Burgemeester van Zuidbroek was toen nog H.E. Buurma. Overeenkomstig het advies van wethouder L. Steenhuis werd een telegram verstuurd: 'de gehele gemeente staakt.' Daar hadden de Duitsers geen vat op. Zij konden alle ingezetenen toch niet doodschieten. Zodoende zijn hier geen slachtoffers gevallen.

Die stakingen hebben getoond dat de geest van het Nederlandse vvolk nog niet gesmoord was onder het Duitse juk. Vele oud-militairen doken onder. Maatregelen van de Duitsers: nieuwe stamkaarten en persoonsbewijzen, beide om de onderduikers beter te kunnen vangen. Die maatregelen dwongen weer tot overvallen op distributiekantoren en gemeentehuizen.

Op 26 november 1943 kwam te Zuidbroek een Amerikaanse bommenwerper naar beneden. Het was midden op de dag, ongeveer half een. Hij kwam uit het zuiden en vloog steeds lager. Hij raakte bijna de draden langs de spoorbaan en kwam over het Winschoterdiep op de grond terecht. Daar ramde hij de woning bewoond door J. Nijhof en J. op de Dijk. Het vliegtuig en de woningen vlogen in brand. De dochter van Nijhof liep verwondingen op en de enige inzittende van het vliegtuig, de piloot R.W. Poirier, verbrandde. Heel spoedig was een Duitse patrouille aanwezig om het terrein af te zetten en de boel op te ruimen. Bij de begrafenis deed zich nog een incident voor. De onderwijzer van Dijk volgde de stoet met een oranje parasol. Hierover waren de Duitsers zo gebelgd, dat hij zich moest verantwoorden. Op 18 oktober 1945 is het stoffelijk overschote van Poirier overgebracht van de nieuwe begraafplaats naar die van Margraten bij Maastricht. De andere inzittenden van het vliegtuig waren er voor de landing met parachutes uitgesprongen. Zij zijn in andere gemeenten, naar men zegt Veendam en Wildervank, neergekomen.

Het was ook in de maand november, dat twee jongelui voor het ondergrondse werk en fiets nodig hadden. Zij gingen die weghalen van de Duitse militairen die gehuisvest waren in het huis van Freerk Wolf, Heiligelaan 1. Daar waren een tiental Duitse soldaten ondergebracht, die dag en nacht een uitkijkpost bezetten op de Rimpe, de oude veendijk Achter de Wal. In de schuur achter het huis van Wolf stonden fietsen. Toen de Duitsers ontdekten dat die verdwenen waren, kwamen zij bij de burgemeester om zich te beklagen. Zij vonden het auszerordentlich frech, buitengewoon brutaal. De burgemeester moest twee nieuwe fietsen leveren en was verplicht deze te vorderen van ingezetenen.

In de maand januari waren er vijfduizend bonkaarten nodig om onderduikers in leven te houden. het oog was gevallen op het distributiekantoor te Zuidbroek. Dit was op 28 januari 1944 overgebracht van het gebouw Kerkstraat 36 naar het perceel Winschoterdiep 11. In de kelder onder dit gebouw was een kluis gemetseld. Twee wachten erboven en de bonkaarten zouden veilig zijn. Toch werd alles er uit gehaald in de avond van 29 januari. Een interessante omstandigheid was hierbij nog, dat de wachters eerst meldden, dat er niets verdwenen was. De overvallers hadden namelijk de kelderdeur weer gesloten. Pas toen de politie kwam en, bij gebrek aan een sleutel, de kelderdeur intrapte, bleek alles verdwenen te zijn. De Duitse politie tastte in het duister naar de daders. In volkomen willekeur arresteerden zij de stucadoor Koekkoek, die niets anders had gedaan dan de muren bestrijken en de controleur Nabring, die er toevallig kwam. De leider van de overval, Reint Dijkema, is er op 4 juni 1944 voor gepakt. Op een onmenselijke manier is hij geslagen op het Scholtenshuis. Hij heeft daar een van zijn bewakers doodgeschoten, maar heeft geen namen van helpers genoemd. Op 22 augustus 1944 is hij in het concentratiekamp te Vught doodgeschoten.

De verzetsorganisatie had ook wapens nodig. In april 1944 hebben zij R. Buringh gedwongen zijn parabellum af te geven. Vier jongens kwamen midden op de dag in een auto voorrijden. Een van hen droeg het uniform van de marechaussee. Dit was Klaas Woltjer. Zij kwamen zogenaamd in opdracht van de Sicherheitsdienst het wapen opvorderen. En Buringh gaf het.

In februari werd de leider van de distributiedienst te Zuidbroek, E. Straatsma gearresteerd. Een poging van de sicherheitsdienst om de vorige leider G. de Boer te arresteren mislukte. De Boer wist te ontsnappen.

Hongerwinter en bevrijding

In het najaar van 1944 wordt het zuiden van Nederland bevrijd door geallieerde troepen. Pas in het voorjaar van 1945 begint ook de bevrijding van het gebied boven de grote rivieren. In de tussenliggende maanden krijgen met name de steden in de westelijke provincies nog te maken met de Hongerwinter. Door voedselgebrek komen naar schatting zeker twintigduizend mensen om.

In de hongerwinter 1944-45 gelukte het kantoorhouder Oomkes van Noordbroek om meel in postzakken in Amsterdam te krijgen.

De sicherheitsdienst was voortdurend bezig om overtreding van de Duitse voorschriften op te sporen. Dat heeft ondervonden de drukker L. Steenhuis, de latere burgemeester. Hij kreeg plotseling huiszoeking naar verboden drukwerk. Gelukkig werd niets gevonden. Bij J. Wiltjer aan het Noordbroeksterdiep hadden de speurders meer resultaat. Daar vonden zij een onderduiker, die niet tijdig in de schuilkelder kon komen. Hij werd gearresteerd, maar een paar dagen later weer vrijgelaten.

In het begin van de oorlog waren de Duitsers baas in de lucht, geleidelijk veranderde dat. De drommen geallieerde vliegtuigen die 's nachts de Duitse industrieën bestookten, werden hoe langer hoe groter. Soms kozen zij ook overdag een doelwit om het Duitse verkeer te ontwrichten. Zo werd een locomotief bij het station Zuidbroek doorzeefd. Er werden nog huizen geraakt aan de Heiligelaan. Ook werd een locomotief voor een trein beschoten bij de woning van Vollenhoven, Poeltjelaan 14. De machinist werd dodelijk geraakt. In de herfst van 1944 moesten vele ingezetenen loopgraven aanleggen voor de Duitsers in de omgeving van Haren. Zij werden er met een trein heengebracht. Een paar schoten van een vliegtuig maakte de machine onklaar.
Ook zijn er een paar Duitse auto's in Zuidbroek door een vliegtuig onbruikbaar gemaakt. Eerst op 26 maart 1945 een auto die op de Heiligelaan reed. De vrouw van touwslager Knapper werd helaas geraakt en was op slag dood. enkele dagen voor de bevrijding werd een auto stuk geschoten even ten westen van Martens' molen. De inzittenden konden er net tevoren uitspringen.

Enige tijd voor de bevrijding zijn op het Veen twee geallieerde soldaten gedropt. G. Blik heeft het gewaagd hen in huis op te nemen toen zij een Engelse courant toonden die de vorige dag in Engeland was gedrukt. Zij hadden een zendapparaat bij zich. Het waren vanouds Nederlanders. Daardoor konden zij met iedereen praten. Zij reden bij de weg voorzien van een instrument dat op een vulpen leek, maar dat kon dienen voor verdediging. De verkregen inlichtingen over troepenbeweging en dergelijke van de vijand seinden zij naar de geallieerde legerleiding achter het front.

Over de geallieerde legers die intussen bezig waren om ons te bevrijden moeten wij nu iets vertellen. Veel kan dat niet zijn in het raam van dit hoofdstuk, maar over enkele dingen kunnen wij niet zwijgen om een beeld te geven van de ontzettende worsteling voor onze vrijheid.
Op 6 juni 1944 begon de landing in Noord-Frankrijk. Grote legers en een ontzaglijke hoeveelheid oorlogsmateriaal werden aan land gezet. De strijd die toen kwam, splitste zich vaak toe om sleutelposities: in Normandië, bij Arnhem, om de monding van de Schelde en bij het doorbrekeen van de Siegfried- en Rijnlinie. Dan werden aan beide zijden alle krachten ingezet. Dan telden mensenlevens niet en was materieelverlies niet belangrijk. Dan was er maar een motief en een doel: de overwinning. Dan hield de wereld de adem in. Dan vonden de eigenlijke beslissingen plaats. Daarbij vergeleken was het bevrijden van een dorp maar kinderspel; dat was meestal niet meer dan het verschijnen van een paar tanks. Om een indruk te krijgen van het breken van de Siegfried- en Rijnlinie geven wij hieronder weer wat 'Doorgeven'daarvan schreef. Dit was een geheim blaadje dat vanaf de inlevering van de radio's tot de bevrijding te Zuidbroek werd uitgegeven en vandaar over Oost-Groningen verspreid.
In het nummer van 25 maart 1945: 'De siegfriedlinie, voor zover zij ten westen van de Rijn ligt, is gekraakt. In de tijd van enige dagen is er wat er nog over was tussen Moezel, Saar en Rijn, uiteengeslagen. De gepantserde divisies en tankcolonnes va de Amerikanen wisten er van het noorden en westen uit in door te dringen en het gevechtsterrein in repen te snijden. Toen dit eenmaal gebeurd was, stortte de verdediging van de Duitsers snel ineen. eerst probeerden zij nog te vluchten naar de bruggen over de Rijn. Maar dat viel niet mee vanwege de vele vliegtuigen, die hen uit de heldere hemel zagen, achtervolgden en beschoten. het gebieds tussen de genoemde rivieren is enkele dagen als een grote arena geweest, waarin tienduizenden mensen streden om hun leven en om meer dan dat. Ook dit gruwelijke stukje oorlog en oorlogsleed is bijna weer voorbij. Het resultaat is, dat vrijwel het gehele gebied nu in geallieerde handen is. De Duitsers handhaven zich alleen nog op de toegangsweg naar Spiers. In negen dagen werden honderdduizend Duitsers krijgsgevangen gemaakt.'
En in het nummer van 28 maart: 'Er hebben zich de afgelopen dagen weer zeer belangrijke gebeurtenissen voorgedaan aan het westfront. Onze geallieerde bondgenoten hebben in zeer korte tijd de gehele Rijnlinie doorbroken. Troepen werden met landingsboten over de Rijn gezet bij Rees, ten zuiden van Emmerik, later ook bij Wezel en Xanten bij Dusseldorf. Er kwamen dichte drommen vliegtuigen, die veertigduizend man uitwierpen achter de Duitse linies. Deze operaties waren voorafgegaan door zware bombardementen van vliegtuigen en van twaalfhonderd kanonnen. De landingsvaartuigen die gebruikt werden, hadden een lengte van achtentwintig meter en waren over de weg aangevoerd van de Noordzeekust. Marineofficieren, die zich wekenlang geoefend hadden op de Franse en Belgische rivieren, voerden het bevel. Aan de operaties namen drieduizend transport- en zweefvliegtuigen deel, waar nog aan toegevoegd waren tweeduizend escortevliegtuigen en bommenwerpers. Deze waren opgestegen van zesentwintig vliegvelden in Engeland en op het vasteland. Op een gegeven ogenblik was er een onafgebroken sliert vliegtuigen in de lucht van honderden kilometers. De gehele Duitse verdediging ten oosten van de Rijn is nu ineengestort. Drie grote geallieerde legers zijn uit hun bruggehoofden gebroken en storten zich uit over Duitsland.'

Nu vochten in de geallieerde legers vrijwel alle nationaliteiten buiten de Duitsers, de Italianen en Japanners. Een onderdeel van de geallieerde legers was de eerste Poolse Pantserdivisie. Die divisie omvatte een pantserbrigade
, een artilleriebrigade, een brigade gemotoriseerde infanterie, een commando-eenheid en de bijbehorende diensten. De brigade beschikte over 4000 voertuigen, 450 kanonnen en 400 tanks. Zij heeft zich tussen juni 1944 en mei 1945 een weg gebaand van Caen over Chambois, Elbeuf, Abbeville, Ypres, Termonde, Baarle-Nassau, Breda, Tilburg, 's-Hertogenbosch, Rees, Goor, Emmen en Leer, naar Wilhelmshafen. En op die route hebben ze ook Zuidbroek en Noordbroek bevrijd.

Vele dagen voor de komst van de geallieerden was het aan de Duitsers te merken dat zij onrustig werden. En als het mogelijk was gingen zij er vandoor. Groepen van de Germaanse S.S. waren het taaist. In het begin van april 1945 verscheen te Zuidbroek het hoofdcommando van de Deutsche veldpost, gevlucht uit Almelo. Zij werden ondergebracht in de school Heiligelaan. Plusminus 12 april kwamen grote aantallen Duitsers uit het Zuiden langs de spoorbaan Veendam-Zuidbroek. Van het prachtige materieel was niets meer over. De terugtocht moest te voet gaan. De brutaalsten vorderden van burgers nog een fiets of een wagen met paard.

Ook uit Noordbroek en Zuidbroek trokken de bezetters weg, de laatste op 13 april., nadat zij alle bruggen, behalve de Krijntil, weer opgeblazen hadden. Ook werd de duiker in het Pijpke bij Jansen en Vos opgeblazen. Het peleton dat met de opblazing belast was, waarschuwde de omwonenden om maatregelen te nemen en zich te verwijderen. Deuren en ramen werden opengezet. De knal viel uiteindelijk nog mee. Het in de weg ontstane gat kon met stropakken worden opgevuld. Na de opblazing ging het Duitse peleton zich verstoppen in de doopsgezinde kerk achter het orgel. De volgende dag gaven de Duitsers zich over aan onze bevrijders.

Op 13 april waren de Poolse tanks te Veendam en de volgende dag te Zuidbroek. Zij kwamen uit Veendam over Meeden, en vandaar over de Oudeweg en de Lepeweg. Daar bleven twee tanks in de grond steken. Dit betekende voor die beide tanks een paar dagen oponthoud. Maar zeven voertuigen bestaande uit tanks, carriers en een jeep, kwamen langs de Muntendammerweg in Zuidbroek. Zij reden om het spoordok en over het winschoterdiep werd een noodbrug geslagen. In de middag van 14 april kwam er ook nog een Canadese eenheid van vijf voertuigen uit Hoogezand. Beide groepen verzamelden zich op het sportterrein aan de Heiligelaan. Zuidbroek was vrij.

Vandaar ging de Poolse eenheid naar Noordbroek. Twee Poolse tanks reden de Scheemderweg op tot de afdraai naar Nieuw-Scheemda. Vandaar hebben zij nog moeten vuren op een Duitse patrouille van drie officieren en op een groep Duitsers in de boerderij van Tijdens, onder Scheemda, en op de steenfabriek te Scheemderzwaag. Ook Noordbroek was vrij.

En hoe is het gegaan met de N.S.B.-ers, de aanhang van de Nationaal Socialistische beweging? De leden daarvan hadden samengewerkt met de Duitse bezetters. Door hun toedoen was het leed van ons volk ontzaglijk verzwaard. Toen de bevrijding er was, was er een opgekropte woede tegen hen. Zij werden gearresteerd door de B.S., de Binnenlandse Strijdkrachten. Anders was er stellig een volksgericht gehouden. Te Noordbroek werden zij opgesloten in de oude zuiderschool en te Zuidbroek in de toren en in de school aan het Winschoterdiep. De Lüneburgers werden onder arrest gesteld. Dat waren de N.S.B.-ers, die in september op de vlucht geslagen waren, tot Lüneburg kwamen, toen terug moesten en hier en in de omliggende plaatsen ingekwartierd werden. Al die politieke delinquenten werden vastgehouden tot de berechting door een tribunaal, expres voor dat doel ingesteld. Mussert, de leider, werd ter dood veroordeeld door de kogel. De anderen werden gestraft met hechtenis en ontzetting van kiesrecht.

Toen de eerste Poolse Pantserdivisie onder generaal Maczek te Wilhelmshafen de balans van de oorlog opmaakte, hadden zij 1289 doden, 3784 gewonden en 22 vermisten. Voor ons zijn al die mensen naamloos.

Zij die in de dorpen Noord- en Zuidbroek het leven verloren zijn met naam bekend. Wij noemen ze hier op voor zover zij omkwamen om hun afstamming of om hun verzet. De Joodse families Dalsheim, Van der Hak, Van der Laan, Wolf en Boomstra werden afgemaakt in de vernietigingskampen Sobibor of Auschwitz. Karel ten Hove kwam om in de eerste oorlogsdagen bij de Moerdijkbrug, Jelte Antonides in de Prinses Irene-brigade, Jan Emmens in de laatste oorlogsdagen te 's-Gravehage. Klaas Woltjer werd doodgeschoten te Vught, Koene op 't Zandt in een ander concentratiekamp en dierenarts N. Mulder te BAkkeveen.

Op 5 mei 1945 tekent de Duitse commandant de overgave en is heel Nederland bevrijd.


Pageviews vandaag: 7.