Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 30-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Donough MacCarthy

Donough Maccarthy, 4e graaf van Clancarty, (Blarney 1668 - Hamburg/St. Pauli1734) was een lers avonturier, aanhanger van de Engelase koning Jacobus Il en werd als zodanig enige malen gevangen gezet. Vanaf 1698 leefde hij buiten Groot-Brittannië, vooral in het Waddengebied. Van 1706 tot 1730 was hij eigenaar van Rottumeroog, waar hij dikwijls verblijf hield.

Na de nederlaag van Jacobus II tegen Willem III van Oranje werd hij verbannen naar het vasteland. Zijn adeldom werd hem afgenomen in 1691. Hij leefde tijdens zijn ballingschap in Nederland en Duitsland. Het Mallegraafsgat, een overstromingskolk in Friesland, is naar hem genoemd.

Hoewel de Brits-Hannoverse regering hem van subversieve politieke activiteiten verdacht, bestaan daarvoor geen harde bewijzen. De persoon Clancarty, wiens activiteiten met de nodige geheimzinnigheid waren omgeven, sprak sterk tot de verbeelding van de bevolking, vandaar zijn bijnaam Malle Graaf.

Hij kwam uit een katholieke familie, maar werd door zijn moeder protestants opgevoed. Toch werd hij door zijn verwanten tot het katholicisme bekeerd, wat ten gevolge had, dat hij in de gunst van Jacobus II kwam en een belangrijke politieke rol begon te vervullen, tot hij bij de capitulatie van Cork in 1690 gevangen genomen werd. Hij wist te ontvluchten naar 't vasteland (1694); als Jacobiet was na de restauratie zijn rijk uit, toch kreeg hij pardon van Willem III mits hij Engeland zou verlaten. Van toen af heeft hij in Holstein gewoond, maar van 1706-1731 op 't eilandje Rottumeroog, dat hij gekocht had. Hij leefde daar, behalve in 1715 toen hij door Engeland als een Jacobietische spion werd aangemerkt, rustig, zij 't ook zoo, dat de bevolking van Groningens noordkust hem den 'mallen graaf' konde noemen, waartoe zijn strandroof en zijn bijzondere leefwijze op 't afgelegen eilandje met een 'harem' van 3 dames, aanleiding was. Na 1731 ging hij bij Altona wonen, waar hij stierf, nalatende ééne dochter en twee zoons, Robert en Justinus, die van hem weinig anders dan schulden erfden.

Zie: Groninger Volksalmanak, 1903, 190 vlgg.; Macauly, History of England.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 2.