Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 11-03-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Doezum

Doezum is een streekdorp in de gemeente Westerkwartier in de Nederlandse provincie Groningen. Het dorp heeft 1.210 inwoners (1 januari 2020).

Het dorp ligt ten zuidwesten van Grootegast, ten noorden van Marum en ten noordoosten van Surhuisterveen. De dorpskern ligt aan de N980.

Tot het dorpsgebied van Doezum behoren meerdere buurtschappen, namelijk De Bombay, De Eest, Peebos (gedeeltelijk) en de Bokkebuurt, genoemd naar arme mensen, waarschijnlijk de gravers van de Doezumertocht, die geiten (in het Gronings bokken) hielden.
In 1930 splitste het dorp Kornhorn zich af van Doezum. In 1993 werd Stroobos als dorp bij de gemeente Achtkarspelen gevoegd, eertijds een gehucht onder Doezum.

Het dorpsbeeld wordt gekarakteriseerd door lintbebouwing met panden uit de periode 1890-1930. Daarnaast kent het dorp een aantal 19e-eeuwse boerderijen. Naast de Vituskerk kent Doezum nog twee rijksmonumenten. Ten noorden van het dorp bevindt zich een romp van een in 1872 gebouwde molen. Deze molen verzorgde de ontwatering van de polder Bombay. Daarnaast ligt ten westen van het dorp een monumentale ophaalbrug uit 1930 over de Doezumertocht welke in 1978 gerestaureerd werd.

In 1924 werd een verzoek gedaan om Kornhorn als zelfstandig dorp te erkennen, in eerste instantie zonder succes. Nadat afscheiding in 1927 opnieuw ter sprake kwam, werd Kornhorn op 1 januari 1930 zelfstandig. Ook Stroobos was eerder een buurtschap onder Doezum. In 1974 werd het Friese deel van Stroobos als zelfstandig dorp erkend. In 1993 volgde een grenswijziging waarbij het Groningse deel van Stroobos bij Friesland werd gevoegd.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Doezum een uitbreiding aan de noordzijde van de Provincialeweg met de Renkemastraat, Perastraat, Terpstrastraat, Krijthestraat. In de 21e eeuw kwam hier de Houtsingel bij als onderdeel van het plan Marinus.

In 2000 werd het Doezumerbos aangeplant direct ten noorden van het dorp.

Geschiedenis
Doezum is ontstaan op de zuidelijkste van de twee zandruggen in de streek Langewold. Op deze zandrug liggen verder de dorpen Grootegast, Sebaldeburen, Oldekerk, Niekerk en Faan. Het gebied rond Doezum is vanuit de Lauwers ontgonnen, welke structuur nog zichtbaar is. Eenzelfde verkavelingsstructuur is zichtbaar in Opende en aan de Friese zijde van de Lauwers in Kortwoude en Surhuizum. Voor Opende en Surhuizum is vastgesteld dat de dorpen opgeschoven zijn naar hogere gronden als gevolg van bodemdaling door veenoxidatie. Deze verplaatsing is voor Doezum echter niet bewezen. Op basis van archeologische vondsten kan de ontginning richting Doezum en Lutjegast al in de 6e eeuw gestart zijn.
De ten noorden van Doezum gelegen buurtschap Dorp vormt een oudere eenheid. De bewoning van Dorp zou ook opgeschoven zijn tot het gebied tussen Doezum en Grootegast, ter hoogte van Duisterburen. Door een ongunstige lage ligging zal deze nieuwe locatie spoedig verlaten zijn en werd het grondgebied van Dorp bij Doezum gevoegd. Dorp vormde dan ook een aparte kluft binnen het kerspel Doezum. Ter plaatse van Doezum sluiten twee middeleeuwse veendijken op elkaar aan (Kaleweg en Eesterweg). De Kaleweg vormde de oorspronkelijke verbinding tussen Surhuisterveen en Grootegast. In de 19e eeuw zouden de laatste lager gelegen veengebieden rond Peebos en de Zuidpolder ontgonnen worden.

Sint-Vituskerk

De romaanse kerk van Doezum dateert uit de 12e eeuw en was oorspronkelijke gewijd aan de heilige Vitus. Het patrocinium van Vitus duidt op een kerkstichting van voor het jaar 1050. Er wordt wel verondersteld dat Doezum (of Marum) als oerparochie zou zijn gesticht naast Oldehove. Doezum zou dan reeds tussen 820 en 900 als parochie gesticht kunnen zijn. Hoewel de kerk van Doezum wel aangemerkt kan worden als de oudste van Langewold, is een dergelijke positie niet bewezen. Wel kan de kerk van Doezum reeds aanwezig zijn geweest voordat Oldehove als decanaatskerk gesticht werd in de 13e eeuw. Van de 12e-eeuwse kerk resteert enkel de tufstenen toren die deel uitmaakte van een gereduceerd westwerk. De toren is voorzien van spaarvelden met boogfriezen. De kerkruimte werd rond 1200 in oostelijke richting verlengd met een laag romaans koor. In het koor is nog een deel van een koepelgewelf bewaard gebleven. Hier is nog een gotische piscina aanwezig, welke later is ingekapt in de zuidmuur. Dit koor werd in de 15e eeuw verhoogd. Het schip werd in de 16e eeuw vernieuwd waarbij het vrijgekomen tufsteen gebruikt werd om de toren te verhogen. Het schip werd in 1808 opnieuw vervangen. De kerk heeft een preekstoel uit 1829. Verder bevinden zich in de kerk enkele grafzerken en een viertal rouwborden uit de 17e en 18e eeuw. Het orgel van de hand van Geert Pieters Dik dateert van 1866. De kerk werd in 2020 overgedragen aan Stichting Oude Groninger Kerken. De protestantse gemeente van Doezum huurt het gebouw van de stichting voor haar diensten.

De Eest

In de buurtschap De Eest ten noorden van Doezum stond de gelijknamige borg De Eest. Reeds in 1458 en 1466 komt ene Dyuert up Eess voor die waarschijnlijk uit deze omgeving afkomstig was. In 1540 komt ene Bene op Ees voor. Pas in 1635 wordt zeker melding gemaakt van de borg wanneer Johan Polman bezit verwerft in deze buurtschap.

Naamgeving
Doezum wordt in 1475 vermeld als Uteradosum alias Dosum. Reeds in de 15e eeuw komt de huidige spelling Doezum voor. Andere vermeldingen zijn: Dosum (1477, 1579), Dooszum (1506), Doesum (1597), Doessum (1600) en Doesum (1781). De betekenis van de plaatsnaam is onzeker. Het wordt wel verklaard als woonplaats (heem) "in of bij het begroeide moeras of veen" (does). Een andere uitleg is de "woonplaats van Doewe" (Doeweshem). De vermelding van Doesum in 1475 als Uteradosum (i.e. Lager Doezum) komt samen voor met Vradosum (i.e. Boven Doezum) voor Opende. Eenzelfde combinatie wordt gevormd door de Friese dorpen Ureterp en Olterterp.

Bestuur
Doezum was gelegen in Westerdeel-Langewold. In deze streek waren verder de dorpen Grootegast, Lutjegast, Opende en Sebaldeburen gelegen. Dit betekende dat het grietmanschap van Westerdeel-Langewold een keer in de vijf jaar op Doezum viel.
Volgens het klauwboek Tjassens bestond Doezum in 1601 uit vijf kluften. In de Oosterkluft lagen de heerden: Jensema, Hylema, Reidt, Mellema, Heckema, Rengers en Knypstede. In de Middelkluft waren dit: Ayckema, Wyrck Sytsstede, Tiassema, Pabema, Esema, Bolheem en (Ooster) Camminga. De kluft 't Dorp kende de heerden Ooster-, Wester-, Noorder- en Suyder-Loma. In de Westerkluft lagen de heerden: Lueckema, Fockema, Wyckema, Cruysinge, Bensema, Eme en Bantkema/Bentkema-stede. De kluft Curringehorne had drie heerden: (Wester) Camminga, Landersma en Geldersstede.
Het grietmanschap rouleerde op jaarlijke basis tussen de kluften en tussen de edele heerden, een constructie die in of reeds voor de vijftiende eeuw ingesteld werd. Dit resulteerde erin dat het grietmanschap bijvoorbeeld een keer in de 140 (5x4x7) jaar op een heerd in de Westerkluft van Doezum viel. Door eisen die gesteld werden aan een grietman, vererving of het loskoppelen van de rechten werden deze lijsten niet altijd precies nageleefd en kwamen grietmannen ook in meerdere jaren achtereen voor. Zo zijn in de kerk van Doezum de grafzerken te vinden van Weidt Sickema en zijn vrouw Tzauck Iwema. Sickema trad op als grietman van Westerdeel-Langewold in de periodes 1625-1626 en 1631-1632. Hij was zelf afkomstig uit Surhuizum, maar zal naar Doezum verhuisd zijn omwille van het bezit dat zijn vrouw daar had. De familie Iwema was onder meer verwant aan de geslachten Cruysinge en Bensema en Tzauck had dan ook rechten van de heerden Cruysinge, Bensema en Eme.

Tweede Wereldoorlog - "Bloednacht van Doezum"

In 1937 kocht collaborateur Pier Nobach een boerderij aan de Eesterweg te Doezum. Kort na Dolle Dinsdag vluchtte Nobach naar Duitsland en verkocht hij zijn bezit in Doezum met uitzondering van het woongedeelte van de boerderij. De boerderij werd gehuurd door Anne Haan, eveneens een NSB'er. Nadat het verzet bij Haan een dreigbrief had afgeleverd om de boerderij te verlaten, meldde hij dit bij landwachter Berend Cazemier. Cazemier gaf deze informatie door aan SD'er Robert Lehnhoff met een vermoeden van wie deze brief afkomstig zou zijn geweest. In de nacht van 14 september 1944 reed Lehnhoff met een commando naar Doezum. Albert Krijthe, Lubbe Renkema en Jan Pera werden neergeschoten. Het huis van Lubbes halfbroer Berend werd in brand gestoken, maar deze was niet thuis. Albert Krijthe en Lubbe Renkema overleden ter plaatse, Jan Pera overleed later aan zijn verwondingen in het ziekenhuis. Deze nacht kwam bekend te staan als de "Bloednacht van Doezum". In november 1945 werd een comité samengesteld voor de oprichting van een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het oorlogsmonument Doezum, vervaardigd door Rinus Meijer, werd in 1954 onthuld. Naar de slachtoffers zijn later de Krijthestraat, Renkemastraat en Perastraat genoemd. De Terpstratstraat ontleent zijn naam aan Rienold Terpstra, een boer die omwille van zijn deelname aan de April-meistakingen gefusilleerd werd.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 16.