Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 12-01-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

dakruiter

Een torentje, meestal van hout, met een spits of koepel, dat op de nok van een gebouw zou lijken te rijden.

De Groninger dakruiters bekronen dikwijls kerken die geen toren bezitten (bijv. Breede, Leegkerk, Stitswerd). In een aantal gevallen (bijv. Holwierde, Oldenzijl, Oosternieland, Westeremden, Wirdum) vervangt een dakruiter een afgebroken stenen toren. Maar ook komen er dakruiters als bekroning van een toren voor (bijv. Garmerwolde, 't Zandt).

Als ze op de kruising of viering van het gebouw staan, worden ze vieringtoren of vieringsdakruiter genoemd. In de negentiende eeuw kwam men ze wel tegen in de villabouw.

Vanwege de kwetsbaarheid (het inwateren doet het hout rotten en het ijzer roesten) zijn dakruiters in de loop van de tijd vaak vervangen of ingrijpend hersteld. Ook bij restauraties werd een dakruiter dikwijls aan de dan geldende, vaak historiserende smaak aangepast. De dakruiter op de doopsgezinde kerk van Sappemeer is sinds 1998 van ijzer.

Dakruiters hebben geen eigen fundering: ze steunen op het dak, soms in metselwerk. Vaak zijn ze zes- of achtkantig. Om het dak niet te zeer te belasten, wordt de ruiter gewoonlijk licht uitgevoerd, bijvoorbeeld als lantaarn. Vooral stenen dakruiters bleken soms te zwaar, zodat het bouwwerkje weer verwijderd moest worden om het onderliggende bouwwerk te behouden. Dakruiters kunnen strikt op het dak staan, zodat ze van binnenuit niet toegankelijk zijn, maar kunnen ook op een opening in het dak staan.

In veel kerken is in de dakruiter een luidklok aangebracht, soms meerdere.

Een dakruiter kan ook een versierde nokpan zijn, als aanduiding dat de bewoner van de woning een belangrijk persoon was.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 17.