Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 06-05-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Cosmas- en Damianusvloed

De twee stormvloeden van 1477 en 1509, ook wel de eerste en tweede Cosmas- en Damianusvloed, (genoemd naar de feestdag 26 september van Cosmas en Danianus), waren stormvloeden die woedden in een gebied dat delen van het huidige Nederland, België en Duitsland omvat.

Tweede Cosmas- en Damianusvloed (25 op 26 september 1509)


De stormvloed van 1509, ook wel de Tweede Cosmas- en Damianusvloed genoemd, was een overstromingsramp die het huidige Groningen en de toenmalige graafschappen Holland en Zeeland trof in de nacht van 25 op 26 september 1509.

Gevolgen
• Dijkbreuk bij Westkapelle.
• Enkele polders nabij Middelburg liepen onder.
• Veere werd zwaar geteisterd.
• Oud-Stavenisse verdween in de golven. Pas in 1599 werd dit gebied opnieuw ingepolderd.
• Bij Spaarnwoude braken de dijken opnieuw door, op dezelfde plekken waar zij de vorige keer ook doorbraken.
• Het land tussen het IJ en de Oude Rijn overstroomde. Het Spieringmeer en het Haarlemmermeer groeien aaneen tot de Grote Haarlemmermeer.

• De Dollard breidde zich verder uit, waardoor de Eems bij Emden haar loop verlegde.
De najaarsstorm was vroeg voor de tijd van het jaar. Op 26 september 1509 rekende niemand in het Gronings-Duitse grensgebied al op zulk noodweer. Honderden mensen en duizenden koeien lieten die dag het leven. Naar schatting zijn ruim 30 dorpen van de kaart verdwenen.

Het ontstaan van de Dollard is omgeven met verhalen over stormvloeden die als een straf van God aan het Oldambt werden opgelegd. De profetieën van Jarfke zijn hier een voorbeeld van. In de zestiende eeuw beschouwde het stadsbestuur van Groningen de naam Dollard als afgeleide van de 'dolle aard' van de zee.

Verschillende vloedgolven hebben in de loop der eeuwen geleid tot het onderlopen van het welvarende Reiderland. Wanneer dat precies is gebeurd is onduidelijk. In de zeventiende eeuw dacht men dat de Dollard als gevolg van een vloedgolf in 1277 was ondergelopen, maar archeologische vondsten tonen aan dat dorpen als Bad Nieuweschans en Scheemda tot in de vijftiende eeuw beschermd waren tegen de oprukkende zee.

De decennia daarvoor hadden andere stormen al de nodige slachtoffers gemaakt in de streek - vooral armen die een huis op een hoger gelegen wierde niet konden betalen. Nadat in de loop van de vijftiende eeuw de zeearm de Dollard inbrak in het voormalig veengebied, was er van veilig wonen al snel geen sprake meer. Kroniekschrijvers beschreven een eerste vloed waarbij al vele dorpen aan het water opgeofferd werden: huizen, boerderijen, kerken, alles.

De dorpen verhuisden naar hoger gelegen plaatsen. De dijken waren echter niet erg sterk en het water van de Dollard rukte steeds verder op. Tot in 1507 de Dollard zijn grootste omvang tot dan bereikte.

Het gebied onder deze zeearm bestond honderden jaren geleden uit gele korenakkers en groene weiden. De enorme welvaart van het Reiderland was echter geen garantie voor stabiliteit. Integendeel, de verschillende dorpen stonden elkaar naar het leven. Waar ze de mogelijkheid zagen, probeerden ze elkaar te benadelen. Het resulteerde in de vernieling van sluizen, waarna het vruchtbare land ten prooi viel aan de zee. De gedupeerde boeren deden een beroep op de zeer rijke hoveling Tidde Winnengha om de dijken en sluizen te herstellen. Hij toonde zich weinig bereidwillig om de boeren te helpen. Pas als het water een 'speer hoog over zijn hand zou lopen' wilde hij het herstel van de waterwerken in overweging nemen. Tot teleurstelling van de boerenbevolking bleef het herstel van de waterwerken volgens de overlevering uit. Het was een kwestie van tijd totdat een vloedgolf het gesteggel tussen de verschillende dorpen zou afstraffen.

Knottnerus: 'Het water liep gewoon naar binnen. Tweemaal per dag werd er veen in- en uitgeslingerd. Het was net een cementmolen. Tot er niets anders overbleef dan een zak vol water en modder.'

De Cosmas- en Damianusvloed van 1509 twee jaar later bracht de genadeslag. Deze vloed sleurde de laatste bewoners van De Dollard mee; honderden mensen en duizenden koeien lieten het leven. Stukken veen sloegen los en kustdorpen gingen verloren. De oevers van de Duitse rivier de Eems werden ook vernietigd, waarna de Dollard zijn grootste omvang ooit kreeg. Een gebied van tweehonderdvijftig vierkante kilometer.

De schade die de vloedgolf in 1509 aanrichtte was met geen mogelijkheid te herstellen. Dijken waren weggevaagd en de oevers van de Eems waren vernietigd. De overlevende bevolking restte geen andere optie dan weer naar hoger gelegen gebieden te trekken. Het duurde enige tijd voordat het gebied weer werd aangepakt.

Meer dan 30 dorpen en woonsteden in het welvarende Nederlandse en Duitse R(h)eiderland gingen verloren. Het Duitse Bunde kwam aan zee te liggen. De rivier de Eems vond een nieuwe bedding, hetgeen verstrekkende gevolgen had voor o.a. de haven- en handelsstad Emden. De bocht van de Eems waaraan de Emder haven was gesitueerd verzandde allengs; een nieuwe verbinding tussen haven en rivier moest tot stand komen.

Er is lang gevochten over de schuldvraag en over hoe het verder moest met het ondergelopen land, zegt Knottnerus. „Ze hebben ontzettend zitten ruziën. Het stadsbestuur van Groningen zei: de boeren hebben de dijken niet onderhouden, dus mogen wij het land hebben. De stad Emden zei: de Eems hoort door onze stad te lopen; het ligt aan die stomme Groningers aan de overkant dat dat niet meer zo is.”

Het geruzie over de schuldvraag verhinderende een snelle aanpak van de problemen. In de loop van de zestiende eeuw is een begin gemaakt met de herwinning van de land. Uiteindelijk leverde het indijken van polders honderdvijftig vierkante kilometer vruchtbare grond op. De overige honderd vierkante kilometer is nog altijd het domein van het water. Bestaande plannen voor verdere inpoldering werden terzijde geschoven in het belang van het handhaven van voldoende diepte in de vaargeulen ten behoeve van de scheepvaart naar Emden. Zowel het Duitse als het Nederlandse deel van de Dollard is nu aangemerkt als beschermd natuurgebied.

Over de verdronken dorpen is weinig informatie beschikbaar. Sporen van bewoning zijn in de loop der jaren verdwenen onder een pakket klei, dat de zee afzette.

Bronnen:
Groningers eren verdronken dorpen van de Dollard (Trouw)
www.deverhalenvangroningen.nl
www.verdronkengeschiedenis.nl
masterscriptie_af_vermue.pdf

Wetenswaardigheden:
Op het kerkhof bij de 14e eeuwse kruiskerk met losstaande toren in Noordbroek staat aan de westkant (achterkant van de kerk) een venster. Wie daar doorheen kijkt, ziet in de verte het dorp Schildwolde liggen. "Toen de Dollard tijdens de Cosmas en Damianusvloed in 1509 in het westen veel land overstroomde drong het water ook in ons blikveld door", staat er naast het venster te lezen.

Eerste Cosmas- en Damianusvloed (27 september 1477)


De stormvloed van 1477, ook wel de eerste Cosmas- en Damianusvloed genoemd, was een overstromingsramp die op 27 september 1477 woedde in een gebied dat anno 2018 (delen van) Nederland, België en Duitsland omvat.

Gevolgen
• Walcheren in Zeeland kwam onder water te staan als gevolg van meerdere dijkdoorbraken langs de kust.
• Tot in het noorden van Duitsland sloeg de storm toe. In het huidige Sleeswijk-Holstein liepen grote stukken land onder water, met name Dithmarschen kreeg het zwaar te verduren.
• De Zuiderzee verziltte verder, doordat de gaten tussen de Waddeneilanden werden verbreed.
• Kasteel Hellenburg nabij het dorp Baarland, raakte door de storm zwaar beschadigd. Tegenwoordig zijn alleen de fundamenten nog terug te vinden.
• Arnemuiden werd verwoest.
• In Vlaanderen kwamen grote gebieden onder water te staan.
• Het dodental lag erg hoog, met name in het noorden van Duitsland en aan de Nederlandse kust.



Eerste pageview van vandaag: 1