Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 05-01-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Convenant van 1817

Convenant, ofwel overeenkomst tussen de stad Groningen als eigenaar van het Stadskanaal en de negen Drentse veenmarken verenigd in de Drentsche Veengenoten van Eext tot Valthe, waarin de inlating in- en afvoer van de producten, met name de turf, van genoemde markten over de Groningse kanalen werd geregeld.

Sinds de 15e eeuw was de Oostermoersche Vaart of Hunze de belangrijkste afvoerweg van Noord-Drentse turf. Sinds de invoering van de turfimpost in 1621 moest deze belasting door schippers bij De Groeve worden betaald. Vanaf 1766 begon de stad Groningen echter evenwijdig aan de Semslinie naar het zuiden een kanaal te graven, het later Stadskanaal. Hierbij hielden ze voor de zekerheid een afstand aan van 60 roeden vanaf de Semslinie want de provinciegrens was nog niet formeel vastgelegd. Drentse veengenoten onderhandelden al sinds 1762 met Groningen om hun turf via de Groningse kanalen te mogen afvoeren in plaats van over de Oostermoerse Vaart. Van het Landschapsbestuur kregen ze hiervoor in 1784 toestemming maar pas in 1800 en 1804 werden de eerste overeenkomsten of convenanten gesloten. Deze werden echter niet uitgevoerd omdat Groningen aanspraak maakte op delen van de venen ten westen van de Semslinie. Pogingen van Drentse kant om een doorgraving te maken tussen het Annerveenschekanaal en het Stadskanaal bij Bareveld werden door Groningen tegengehouden.

Koning Willem I hakte uiteindelijk de knoop door met twee Koninklijke Besluiten in 1814 en 1815 en forceerde daarmee de uitvoering van het Convenant dat op 17 mei 1817 in werking trad. Bij het Koninklijk Besluit van 15 november 1815 was de grens bepaald op de huidige loop en heette sindsdien 'Koningsraai'. Het Convenant bepaalde dat voortaan alle turf uit de marken ten oosten van Bareveld door het Stadskanaal via Wildervank en Veendam mocht worden verscheept. Als inlaat- en doorvaartsgeld betaalden de veengenoten aan de stad Groningen f 1,10 per dagwerk zwarte turf. Op hun beurt mochten de Groningers gebruik maken van de Drentse kanalen. De verdere verlenging van het Stadskanaal werd voor drievierde door de veengenoten aan de stad Groningen voorgeschoten. De stad zou op haar beurt monden naar de markegrens graven.


Pageviews vandaag: 8.