Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 06-01-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Constant Willem Coolsma

Constant Willem Coolsma, (Rotterdam 1877 - Groningen 1955) was hervormd predikant in Dubbeldam (1904) en Groningen (1910-1944, emeritaat). Hij leidde van 1913 tot 1933 in Groningen de 'kinderkerk'. Van 1934 tot 1953 gevangenispredikant. Hij was een sociaal bewogen prediker. Over zijn werk in de gevangenis schreef hij Gekooide vogels (1947).

Constant Willem Coolsma (Geboren 19.8.1877 te Rotterdam, zoon van Sierk Coolsma [1840-1926], leerlingkuiper en letterzetter, lid van de Vrije Evangelische Gemeente van ds. Jan de Liefde [1814-1869] te Amsterdam, leerling van ds. Hermanus Willem Witteveen [1815- 1884] te Ermelo. Sierk werd zendeling-leraar in Cianjur (West-Java, NOI) en vertaler van de Bijbel in het Soendanees. Hij was gehuwd met Maria Johanna Gerretson
(1846-1917).

Constant Willem Coolsma is 1.6.1955 overleden te Groningen en begraven op de Begraafplaats 'Esserveld', Groningen).

Zijn oudere zuster Saakje (1869-1962) trouwde met de Duitse zendeling Carl Christian Julius Schröder (1863-1926), die zijn schoonvader opvolgde als directeur van het Zendingshuis op de Rotterdamse buitenplaats Schooneberg, Westzeedijk 345.
Een andere zuster, Anna Louise Coolsma (1878-1956), was gehuwd met dr. Johannes Riemens Jr. (1875-1974), tijdens de oorlogsjaren hervormd predikant te Leiden, die hecht bevriend was met prof.dr. Gerrit Jan Heering.
En een jongere broer van ds. C.W. Coolsma, ds. Frederik Coolsma (1883-1919), was gehuwd met Adriana Carolina Vervloet (1880-1969), die in 1992 de Yad Vashem onderscheiding ontving omdat ze in haar huis te Hilversum onderdak had geboden aan Joodse en niet-Joodse onderduikers; tenslotte waren zij alle volle neven en nichten van dichter, essayist, historicus en politicus prof.dr. Frederik Carel Gerretson ('Geerten Gossaert', 1884-1958.

C.W. Coolsma was hervormd predikant te Dubbeldam (1.5.1904) en gevangenis-predikant te Groningen (1910-1944 wegens emeritaat); op 22.4.1904 is hij gehuwd met Theodora Hermina van Sijn (geboren 31.10.1878, dochter van Herman van Sijn en Pieternella Wilhelmina Outhoff-overleden 6.12.1945 te Groningen).

Twee van hun zoons, Sierk Coolsma en Herman Coolsma werden ook hervormd predikant.

Hun jongste zoon Constant Willem Coolsma Jr. (geboren 21.1.1911 Groningen en in juli 1940 gehuwd met Bouwina Wieringa) werd op 18.8.1944 als verzetsman gefusilleerd op de schietbaan van kamp Vught. Als 'schrijver bij de Gemeentepolitie' kreeg hij lijsten onder ogen van Joden die opgehaald moesten worden. Die probeerde hij dan tijdig te waarschuwen. Later zocht hij ook onderduikplaatsen voor hen en regelde hij bonkaarten en valse persoons-bewijzen. Zo ontstond een netwerk voor hulp aan Joden. Hij werd zwaar gezocht, week uit naar Sittard (waar zijn oudere broer Sierk Coolsma predikant was vanaf 1942 en eveneens betrokken in bepaalde verzetsactiviteiten) en later naar Delfzijl, waar hij op 29.6.1944 werd gearresteerd. Zijn naam staat vermeld op een gedenksteen voor alle omgekomen Groninger politiemannen in het Politieburau aan de Rademarkt.

Een dochter, de latere NRC-columniste en kinderboekenschrijfster Theodora Hermina (Dora) Coolsma (1918-2001), was gehuwd met ds. Jan Arie van der Meiden, tijdens de oorlogsjaren hervormd predikant te Noordbroek (1942-1948). Hun zoon Gerard Willem (Pim; geboren 1941) van der Meiden is historicus, slavist en vertaler.

Ds. Coolsma had zitting in het in 1933 opgerichte 'Comité tot Steun aan Joodsche geleerden uit Duitschland'. Voorzitter van het comité was de theoloog prof.dr. Willem Jan Aalders (1870-1945), vice-voorzitter prof.mr.dr. Combertus Willem van der Pot (1880-1969). secretaris de fysicus prof.dr. Dirk Coster (1889-1950), terwijl naast Coolsma ook dr. Abraham Albert Wijnberg (1891-1972) en opperrabbijn Simon Dasberg (1902-1945) deel uitmaakten van het comité.

Tijdens de oorlog hielp Coolsma Groninger Joden aan onderduikadressen. Zo bracht hij o.a. de Duitse Jodin Erna de Jong en de Joodse Corry Engberts, dochter van de rector van het Groninger Gymnasium, onder bij de pianofabrikant Albert Hahn (1885-1945) en zijn vrouw Jantien Hahn-Klaibeda (1885-1946) in Huize 'De Phoenix' te Tynaarlo. Albert Hahn en zijn zoon Gepko Hahn (1919-1945), die actief was in het gewapend verzet, kwamen om in KZ Neuengamme. Ds. Coolsma zat zelf in 1942 een aantal weken gevangen omdat hij valse doopbewijzen had verschaft aan enkele Joden uit Groningen.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontmoette ds. Coolsma in Paramaribo (waar zijn schoonzoon Jan Arie van de Meiden toen predikant was) dr. Jaap Meijer (1912-1993; de dichter Saul van Messel), die daar toen als rabbijn en leraar actief was. Gedurende het halve jaar dat Coolsma in Suriname doorbracht, voerden ze eindeloze gesprekken en constateerden o.a. dat calvinisme en Jodendom veel gemeen hadden. Coolsma sprak de hoop uit dat hij Meijer ooit nog zou mogen dopen, maar zover is het niet gekomen.

Na de oorlog onderhield de predikant contacten met enkele ter dood veroordeeld oorlogsmisdadigers, o.a. Geesje Bleeker (1921-2011; zij kreeg gratie) en Sander van Droffelaar (1914-1949; in sommige bronnen ten onrechte vermeld als zoon van een gereformeerd predikant, maar zijn vader Hendrik van Droffelaar was gewoon werkman). Van Droffelaar had zich na de oorlog bekeerd tot het christelijk geloof, maar hij werd niettemin geëxecuteerd in Groningen).

Websites:
Overzicht van predikanten die joden hielpen (www.hdc.vu.nl

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Eerste pageview van vandaag: 1