Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 02-01-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Coenders

Stad-Groninger patriciaat, vanaf de 16de eeuw Ommelander adel. De stamvader Conraet Conrades, die leefde in de eerste helft van de 15de eeuw, kwam uit Dokkum. In die eeuw verwierf de familie goederen in Helpman, waarna een tak zich Coenders van Helpen noemde. Lulof Coenders (gest. ca. 1540) was stadhouder van Groningen namens Karel van Gelre.

De familie Coenders wordt voor het eerst vermeld aan het einde van de 13e eeuw. De bewezen stamreeks begint met Coert Coenders, die in de eerste helft van de 15e eeuw in Dokkum leefde. Zijn zoon Hendrick (overleden vóór 1511) verkreeg een borg in het gehucht Helpman bij Groningen, die generaties lang in het bezit van zijn nakomelingen zou blijven. De toevoeging 'Van Helpen' aan de familienaam is ontleend aan deze borg.

In later eeuwen verspreidden de familieleden zich over de Ommelanden waar zij als hoofdelingen en jonkers op de karakteristieke borgen van de regio woonden.

Derck Coenders van Helpen

Hoewel de Coendersen al in de 16de eeuw als adellijk werden beschouwd op grond van hun veelvuldige verwantschapsbanden met hoofdelingenkringen, speelt de familie in de Ommelanden pas na 1600 een rol. De belangrijkste tak is hier die van Huizinge.
Deze gaat terug op Derck Coenders van Helpen (1509-1584). Hij was een van de calvinisten van het eerste uur, het voornaamste lid van de Groninger kerkenraad en beeldenstormer; hij herbergde tevens predikanten (1566) en moest daarvoor in ballingschap gaan. In 1576 teruggekeerd, week hij na het Verraad van Rennenberg weer uit (1580) en vestigde zich in Leer. De herroeping van de confiscatie van zijn goederen (1585) mocht hij niet meer meemaken.

Zijn zoons Evert (?-1576) en Frederik Coenders (1541-1618) deelden in 1566 hetzelfde lot. Zij hadden bovendien in de Broerkerk bij het kapotslaan van de beelden geroepen: Vervloekt de handen die ze maakten, gezegend die ze breken!'
Beide broers zijn bekend geworden door de Grand Tour die zij in 1557-1560 door Duitsland en Zwitserland maakten. In Genève liepen zij college bij Calvijn. Hun ballingschap combineerden ze in 1567 met een nieuwe studiereis door die landen.

In 1571 begeleidde Frederik zijn neven Jensema en De Mepsche door Frankrijk. Doordat zij toevallig een uitstapje naar Engeland maakten, ontliepen zij ternauwernood de Barthelomeusnacht in Parijs (1572).
Door zijn vrouw Hille Cater werd Frederik Coenders heer op Fraam te Huizinge; hij maakte echter na de reductie (1594) carrière in Groningen (raadsheer, burgemeester, hoofdman). Tevens behoorde hij tot de oprichters van de Academie (1614).

Van het kinderloze echtpaar Coenders-Cater vererfde Fraam op Frederiks halfbroer Wilhelm Coenders (1572-1639), een militair die als commandant van Leeroord stierf.

Wilhelm Coenders

Wilhelmus (Wilhelm) Coenders van Helpen (14 april 1572 - Leerort, 11 augustus 1639) was militair, landdrost van Leerort en borgheer van de borg Fraam nabij Huizinge in Groningen.

Wilhelm Coenders, halfbroer van Frederik Coenders en zoon van Derck Coenders van Helpen en diens derde echtgenote Anna Tamminga, leidde een actief bestaan als militair. Hij behoorde tot het Staatse leger en was betrokken bij de veroveringen van Lingen, Groningen, Rheinberg, Sluis, Steen, IJzendijke, Aardenburg, Gulik, Oostburg en de Schenkenschanz. Hij raakte meerdere malen bij de gevechtshandelingen gewond, onder andere bij Aardenburg, Eeklo en Oostende. In 1618 werd hij benoemd tot drost en bevelhebber van de vesting Leeroort. In datzelfde jaar volgde hij zijn overleden halfbroer Frederik Coenders van Helpen, burgemeester van Groningen, op als borgheer van de nabij Huizinge gelegen borg Fraam.

Hij overleed in augustus 1639 in zijn woonplaats Leerort. Zijn lijk werd naar Huizinge gebracht waar hij werd begraven in de Johannes de Doperkerk. Een grafzerk in het koor herinnert aan hem en aan zijn krijgsverrichtingen. De zerk werd in opdracht van zijn schoonzoon Berend Coenders van Helpen gemaakt en op zijn graf aangebracht. De zerk was zo groot, dat er een sleuf in de muur van het koor gehakt moest worden om de zerk op haar plaats te krijgen. Hij wordt ook vermeld op een luidklok uit 1629, die vanaf 1907 niet meer in de kerk aanwezig is.

Berend Coenders

Bernhardus (Berend of Barend) Coenders van Helpen (1601-1678) was borgheer van de borg Fraam nabij Huizinge in de Nederlandse provincie Groningen.
Coenders werd in 1601 geboren als zoon van Abel Coenders van Helpen (de jongere) en Teteke van Vervou. Hij was in de zeventiende eeuw een van de leiders van de bestuurlijke elite in de Ommelanden. Door zijn huwelijk met een verre nicht Anna Coenders van Helpen, dochter van Wilhelmus Coenders van Helpen, werd hij borgheer van de nabij Huizinge gelegen borg Fraam. Coenders speelde niet alleen een rol in de regionale politiek, hij was ook actief op landelijk niveau. Namens de Staten-Generaal onderhandelde hij in de jaren 1639 en 1640 als lid van een delegatie met Denemarken om de tolkosten door de Sont te verlagen. Een poging tot een 'staatsgreep' op de Sint-Pieterslanddag in 1643 in Groningen leidde tot zijn tijdelijke verdwijning van het bestuurlijke toneel in Groningen. Maar in 1668 was hij weer terug en fungeerde hij als president van de Ommelanden.

Behalve door zijn politieke activiteiten is Coenders ook bekend geworden vanwege het bedrijven van de alchemie, waarover hij diverse werken heeft gepubliceerd. Zijn proeven leidden regelmatig tot ontploffingen in zijn laboratorium in de borg, waarvan de bewijzen bij latere opgravingen werden teruggevonden. Mogelijk werd zijn opvliegend karakter veroorzaakt door de inademing van giftige kwikdampen.

In Huizinge raakte hij in conflict met de plaatselijke predikant Dirk Hamer. Diens kritiek op de borgheer kwam hem duur te staan. Hamer werd door Coenders beschuldigd van valsmunterij en in 1657 bij verstek ter dood veroordeeld. Later werd die straf omgezet in levenslange verbanning uit Stad en Lande.
In de Johannes de Doperkerk in Huizinge herinnert een door Coenders en zijn vrouw in 1641 aan de kerk geschonken koorhek aan hem. Op een bord boven de doorgang aan de koorzijde worden zijn functies breed uitgemeten. Coenders overleed in 1678. Onbekend is waar hij is overleden.
Hij trouwde op 14 november 1624 met zijn verre achternicht Anna Coenders van Helpen (dochter van Wilhelmus Coenders van Helpen) en had 5 kinderen.

Rudolf Coenders

Rudolf Coenders was een Nederlands admiraal uit de zeventiende eeuw.
Geboren in 1638 in Harlingen, maar stammend uit de welgestelde Groninger familie, nam Coenders al jong deel aan de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. Hij vocht in 1653 in de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. In 1662 werd hij buitengewoon kapitein, op 7 november 1664 gewoon kapitein. Daarna liep zijn carrière zeer voorspoedig: op 17 maart 1665 werd hij door de Staten van Groningen die het recht hadden de officieren op de Groninger schepen aan te stellen, benoemd tot viceadmiraal in de Admiraliteit van Friesland en Groningen.

Coenders heeft op meerdere schepen gevochten. Op de Groningen met 40 kanonnen nam hij dat jaar deel aan de Slag bij Lowestoft - het is een aanwijzing voor de in het algemeen lage vuurkracht van de Nederlanders dat een admiraal zo'n zwak bewapend vlaggenschip had. Al in augustus nam hij de Stad en Lande met 54 kanonnen in gebruik en in 1666 de nieuwe Groningen met 72 kanonnen. Daarmee vocht hij dat jaar in de Vierdaagse Zeeslag. Zeven weken later op 4 augustus werd het Fries-Groningse smaldeel tijdens de Tweedaagse Zeeslag verrast door een onverwachte Engelse manoeuvre en uiteengeslagen. Coenders sneuvelde. Hij werd als viceadmiraal opgevolgd door de Oost-Fries Enno Doedes Star.

Het geslacht Coenders (ook: Coenders van Helpen) dat burgemeesters van Groningen en militairen had voortgebracht en op regionaal niveau een belangrijke rol gespeeld heeft tijdens de Reformatie stierf uit met Geertruida Everhard Leonora Josina Alida Coenders van Helpen (1759-1846), weduwe van ds. Jacobus Meesters (1759-1785) en daarna van Christiaan Seest (1759-voor 1846), directeur van de Amsterdamse geschutgieterij die in augustus 1814 uit Amsterdam vertrok zonder orde op zaken te stellen.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 2.