Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 29-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

chirurgijn

De chirurgijn of heelmeester was de dokter of chirurg uit vroeger eeuwen. In de middeleeuwen was een chirurgijn ook wel de tandarts. Het vak van chirurgijn kwam voort uit het werk van de barbier, en hield zich vooral bezig met zaken waarbij bloed tevoorschijn kwam, dit in tegenstelling tot de universitair opgeleide artsen, die zich met interne geneeskunde bezighielden.

Lidmaatschap van het chirurgijnsgilde was noodzakelijk voor het uitoefenen van de heelkunde. Om chirurgijn te worden moest men als leer jongen en later als knecht in de leer bij een meester. Bij de meesterproef moest de leerling blijk geven van anatomische kennis, chirurgische vaardigheden en het kunnen maken van zijn eigen gereedschap. Een chirurgijn trok tanden en kiezen, knipte en schoor, zette beenbreuken, deed schedelboringen of amputeerde. Inwendige operaties werden overgelaten aan rondtrekkende operateurs.

Het chirurgijnsgilde van Groningen werd in 1597 opgericht en in 1798 weer opgeheven.


Pageviews vandaag: 9.