Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

burgerlijke gelijkstelling Joden

Begrip waarmee Nederland in 1796 de emancipatie, ofwel het opheffen van de achterstandspositie, van de (eeuwenlang hier verblijvende) joden werd aangeduid. Die maakten toen 2,5% uit van de bevolking. Voor het eerst konden ze lid worden van de gilden.

In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden namen de joden een tweederangs positie in. Ze konden zich niet overal vestigen, mochten bepaalde beroepen niet uitoefenen en ten aanzien van de uitoefening van hun godsdienst golden ook beperkingen.

Onder druk van de joodse patriottenclub Felix Libertate werd door de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek (vergelijkbaar met onze huidige Tweede kamer) op 2 september 1796 wettelijk vastgesteld dat de joden voortaan dezelfde rechten zouden hebben als alle andere burgers.

Die gelijkberechtiging gold toen overigens alleen voor mannen boven een bepaalde inkomensgrens. De werkelijke emancipatie van de joden zou feitelijk pas in 1919 met de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen én vrouwen worden bereikt.

Nadat een inval van de Franse legers de ineenstorting van de Republiek had versneld, werd de Bataafse Republiek (1795-1806) geproclameerd. Dat was een gecentraliseerde staat naar Frans model. Het hoogste orgaan was de in 1796 bijeengeroepen Nationale Vergadering (Tweede Kamer), waarvan de leden waren verkozen door stemgerechtigde burgers. Op sommige plaatsen, waaronder Groningen, hadden ook joden aan deze verkiezingen deelgenomen. In maart 1796 diende een aantal joden een verzoekschrift in bij de Nationale Vergadering. Zij vroegen om toekenning van burgerrechten aan joden. Na uitvoerige debatten werd op 2 september 1796 een decreet aangenomen waarin de joden werden gelijkgesteld met de andere burgers. Het decreet bepaalde verder dat de reglementen op de Joodse Gemeenten, waaraan de bestuurders van de Joodse Gemeenten een bijna absolute macht ontleenden over hun lidmaten, moesten worden afgeschaft. In de stad Groningen gebeurde dat pas in 1808 na aandringen van de drost.

Ook de strijd voor gelijkberechtiging van de katholieken in Nederland, inclusief de restauratie van de bisdommen en het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie wordt emancipatie genoemd. Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1581-1795) werden katholieken achtergesteld omdat ze geen lid waren van de hervormde staatskerk. Katholieken mochten daardoor geen overheidsfuncties bekleden en alleen schuilkerken werden, vaak tegen betaling van een hoog recognitiegeld, gedoogd. De Grondwetsherziening van 1848, die vrijheid van vereniging en vergadering en vrijheid van meningsuiting als grondrechten erkende en de macht van de Koning inperkte, opende de weg voor het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in 1853.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 31.