Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Burgemeesteren en Raad van Groningen

College dat vóór 1811 de stad Groningen bestuurde. Het bestond uit vier burgemeesters en twaalf raadsheren. Elk jaar op 24 februari (St. Petrus ad Cathedram) traden twee burgemeesters en zes raadsheren af. In hun plaats kwamen dan twee nieuwe burgemeesters en zes nieuwe raadsheren.

Deze nieuwe leden van het college werden vanaf het begin van de 17de eeuw tot 1749 elk jaar op 8 februari verkozen door de gezworenen van de stad.
In de praktijk kozen de gezworenen altijd de raadsheren die één, en de burgemeesters die twee jaar daarvoor afgetreden waren, opnieuw in de Raad. Het resultaat was, dat elke burgemeester afwisselend twee jaar 'in' en twee jaar 'uit' het ambt was, en elke raadsheer twee jaar 'in' en één jaar 'uit. De 'uit het ambt zijnde burgemeesters hadden voor twee jaar zitting in de hoofdmannenkamer, terwijl de 'uit' het ambt zijnde raadsheren een zogenaamd 'buitenambt' bekleedden. Na invoering van het Reglement Reformatoir (1749) benoemde de stadhouder de leden op voordracht van de gezworenen.

De taken van het college van burgemeesteren en raad waren zeer divers. Behalve het bestuur van de stad behartigden zij ook het bestuur van de zogenaamde stadsjurisdicties en - in opdracht van de Staten-Generaal - het generaliteitsland Westerwolde. Daarnaast oefende het college in de stad de lagere en hogere rechtspraak uit in burgerlijke en in strafzaken.

Na de Bataafse Revolutie van 1795 verdween het college van burgemeesteren en raad om in 1816 terug te keren, zij het in een gewijzigde vorm en met een ander takenpakket. Gaandeweg kreeg het gemeentebestuur de huidige vorm.


Pageviews vandaag: 8.