Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 11-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Brunonen

Gravengeslacht uit Saksen (Brunswijk-Meissen), ook wel De vorsten van Brunswijk genoemd, dat in de 11e eeuw een tijdlang Midden-Friesland tussen Vlie en Lauwers bestuurd heeft. Ze werden de graven van Stavoren, Oostergo, Westergo en Iselgo genoemd. Later kregen ze ook de rechten over Hunsingo en Fivelingo erbij.

Van oorsprong waren de Brunonen een adellijk Saksisch geslacht. Ze hadden bezittingen in Oostfalen en zijn vernoemd naar hun stichter, Graaf Brun van Saksen (rond 880).

In 942 was er een Brunoon die over een graafschap in Brunswijk beschikte. Hij was de eerste graaf van de Brunonen die met dit gebied geassocieerd werd.

In Friesland was het grafelijk gezag van de Brunonen stevig verankerd, afgaande op de zilveren munten met grafelijke afbeeldingen. Ze werden onder andere geslagen in Stavoren, Winsum, Garrelsweer, Bolsward, Leeuwarden en Dokkum. Deze munten zijn op veel plekken gevonden, meestal in grote aantallen.

De Brunonen beschikten over vele landerijen, o.m. in de omgeving van Rinsumageest in Oostergo was een groot complex die door hen werd bestierd. Desalniettemin verbleven de Brunonen meestentijds buiten Midden-Friesland. De Brunonen kwamen naar alle gedachten alleen voor speciale gelegenheden naar hun Friese graafschap, bijvoorbeeld om land in leen weg te geven, personen in hun ambt te bevestigen en bij belangrijke geschillen, waarin de graaf recht moest spreken.

In Friesland zijn de volgende Brunonen graaf geweest:
Liudolf van Brunswijk ? - 1038
Bruno II 1038 - 1057
Egbert I 1057 - 1068
Egbert II 1068 - 1088

Liudolf

Liudolf (ca. 1005 - Italië, 23 april 1038) was een Saksische graaf uit de 11e eeuw die ook heerste over Midden-Friesland. Hij wordt beschouwd als grondlegger van de Friese Brunonen. Rond het jaar 1000 kreeg hij zeggenschap over de Friese graafschappen. Omstreeks 1019 was hij gehuwd met een zekere Gertrud. Naar wordt aangenomen verwierf Liudolf via haar de grafelijke rechten in Westerlauwers Friesland.
Liudolf was een zoon van Bruno I (Graaf van de Derlingau) en Gisela van Zwaben. Keizer Koenraad II de Saliër was daardoor zijn stiefvader.

Liudolf huwde ca 1020 met Gertrude Billung van Egisheim (Dagsburg in Duitsland) (ca 1005- 21 juli 1077). Gertrude is een dochter van Egbert Billung, zoon van Egbert Eenoog (932-994), uit het geslacht der Billungers die over bezittingen en (grafelijke) rechten in Midden-Frisia beschikten.

Zij kregen de volgende kinderen:
1. Mathilde van Friesland, gehuwd met Hendrik I van Frankrijk
2. Bruno II
3. Egbert I van Meißen
4. Ida, gehuwd met:
• • Leopold I, de Sterke, zoon van Adalbert van Oostenrijk. Ouders van Oda en Egbert
• • Dedo van Dietmarschen
• • Etheler van Dietmarschen
met haar laatste twee mannen kreeg Ida: Richensa (gehuwd met Egilmar van Oldenburg) en Burchard (aartsbisschop in een onbekende plaats)
5. en vermoedelijk nog een onbekende dochter, getrouwd met Koenraad van Haldensleben

In 1024 werden de Friese graafschappen Oostergo, Westergo en Zuidergo formeel aan Liudolf toegewezen. Hij zou deze tot aan zijn dood besturen en na hem nog twee generaties Brunonen. Behalve de Friese graafschappen, was hij ook graaf van Braunschweig (stad) en de Derlingouw.

Echte feitelijkheden uit het leven van graaf Liudolf zijn niet bekend. Hij stierf in 1038, toen hij samen met Koenraad II een reis naar Italië maakte en het gezelschap door ziekten werd geteisterd. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon Bruno II.

Bruno II

Bruno II (1024-1057) was een Saksische en Friese graaf uit het geslacht der Brunonen. Hij was de oudste zoon van Liudolf van Brunswijk. In 1038 volgde hij zijn vader op, zowel als markgraaf van Brunswijk alsook als graaf van Midden-Friesland. Hij maakte zich in 1047 meester van het gebied tussen Lauwers en Eems (Hunsingo en Fivelingo), waarvan het formele gezag was toegewezen aan aartsbisschop Adalbert van Bremen. Bruno beschikte over meer macht dan de aartsbisschop, want het lukte de bisschop niet om hem te verdrijven. runo sneuvelde in 1057 bij een treffen met Willem van Brandenburg en werd opgevolgd door zijn broer Egbert.

Egbert I

Egbert I van Meißen (ca. 1036 - 1068) verkreeg de grafelijke macht in Westerlauwers Friesland en bovendien een graafschap in de 'Ommelanden' door een overeenkomst met aartsbisschop Adalbert van Hamburg-Bremen (1057).
De Brunonen hadden nauwe familiebanden met de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Een enkele probeerde zelf keizer te worden. In 1067 had Egbert I geen succes met zijn pogingen en ging de keizerstitel naar zijn neef Hendrik IV.

Egbert II

Zijn zoon, Egbert II, kwam daarna verschillende keren tegen de keizer in opstand en verloor in 1089 zijn rechten (o.a. muntslag) in Friesland en al zijn rechten op zowel de Saksische als de Friese graafschappen.

Na zijn dood volgde zijn zuster Gertrudus hem op als hoofd van de familie. Van keizer Hendrik kreeg zij de rechten terug van het graafschap Brunswijk en na een paar jaar lobbyen mocht haar echtgenoot Hendrik van Northeim zich weer graaf van Midden-Friesland noemen. Graaf Hendrik werd echter op 10 april 1101 vermoord door Friezen die onder leiding van de bisschop Burchard van Utrecht stonden. Na de dood van Hendrik raakten de Brunonen hun zeggenschap over de Friese gouwen kwijt.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 34.