Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 07-12-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

brood

Roggebrood was in Groningen lange tijd de meest gegeten broodsoort; het was goedkoper dan tarwebrood. Dikwijls
genuttigd in combinatie met karnemelkse pap en dan als avondmaaltijd. Beschuit, wittebrood (stoet) en suikergebak waren luxevoedsel.

In het jaar van schaarste, 1631, schreef de stedelijke overheid voor dat brood gebakken moest worden uit een mengsel van rogge, gerst en bonen. Alleen het stadhouderlijk hof mocht toen beschikken over zuiver roggebrood.
In de jaren 1845-1847 joegen mislukte roggeoogsten en de heersende aardappelziekte de prijzen zodanig op dat het tot wanhoopsuitbarstingen kwam.

Sinds het begin van de 17de eeuw kende de stad Groningen een gespecialiseerd gilde van koeken- en banketbakkers. Soms was de banketbakker tevens apotheker; in de laatste hoedanigheid handelde hij al in suiker en specerijen. Dat waren destijds dure ingrediƫnten.

Een traktatie waren fijne witte broodjes, bijvoorbeeld op Pasen en nieuwjaarsdag.
Een echte traktatie waren bollen met rozijnen. Een 'bolle met corinten' kregen de Groene en Blauwe wezen toen stadhouder Willem V de stad Groningen bezocht in 1773.

In de 19de eeuw werden de boerenknechten onthaald op wittebrood en krentenbrood na het binnenhalen van de oogst, met Pasen en op nieuwjaarsdag.


Eerste pageview van vandaag: 1