Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 07-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

bonkaarde

Ook wel bonkveen. Het bovenste losse veen van een hoogveenpakket dat voor de turfproductie minder geschikt was. Afhankelijk van de samenstelling werd het bolster (bruin, jong mosveen), motveen (ingedroogd, brokkelig veen) of spalter (gelaagd veen) genoemd.

Men spreekt ook wel van grauwveen, bolsterveen, witveen, grauwe turf of vale turf.

Bij de vervening werd deze grond opzij gezet. Bij provinciaal reglement moest minstens 40 cm bonkaarde op het afgeveende terrein worden teruggestort teneinde de grond geschikt te maken voor landbouw (zie dalgrond).
Dit was belangrijk omdat zonder bonkaarde de zandbodem onder het veen onvoldoende water vasthield voor een goede groei van landbouwgewassen. In combinatie met bemesting met stadsdrek of dierlijke mest en later kunstmest leverde de vermenging redelijk goede landbouwgrond (dalgrond) op.

Bonkaarde was ongeschikt voor brandstof vanwege de lage verbrandingswaarde. Als brandstof werd het zwartveen gebruikt, dat zich onder het grauwveen bevond en verder verteerd was. Bij de brandstofwinning werd dan ook enkel het zwartveen gewonnen en het grauwveen 'teruggebonkt'.

Soms werd de bonkaarde tot turfstrooisel verwerkt.
In de Brabantse en Limburgse Peel werd door de Griendtsveen Turfstrooisel Maatschappij bijna alle bolster verwerkt tot turfstrooisel die geƫxporteerd werd naar onder andere Engeland. Deze industrie nam dusdanige vormen aan dat het goederenstation in Griendtsveen -waar enkel turfstrooisel werd verzonden- rond 1900 tot de grootste van Europa werd gerekend.
In Helenaveen en in Griendtsveen zijn delen van turfstrooiselfabrieken bewaard gebleven. Op het terrein van het Industrieel Smalspoor Museum in Erica staat de enige strooiselfabriek in Nederland die anno 2009 nog volledig in originele staat is.


Pageviews vandaag: 5.