Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 02-11-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

boeldag

Ook wel: Miening. Openbare verkoping van roerend en/of onroerend goed; deze werd vroeger per kerkenspraak ter algemene kennis gebracht. Op de dag van de verkoping ging de pander het dorp door, blazend op een hoorn. Boel-dagen werden gewoonlijk in of bij een herberg gehouden. Ook wel vanuit een boerderij, van waaruit het tilber (meubilair, gereedschappen enz.) verkocht werd.

Boerenboeldagen behoorden, naast kermissen, tot ver in de 19de eeuw tot de belangrijkste vermakelijkheden op het platteland. Kopers, maar vooral kijkers kwamen van heinde en ver. In de schuur stonden lange tafels en banken en de plaatselijke kastelein verzorgde de tapperij. Op een oude deur op twee pakken stro zat de speelman, die op zijn accordeon, of (eerder) viool de toenmalige 'hits' speelde. Er werd gedanst en luidkeels meegezongen. Op het boerenerf kon men dobbelen om prijzen of koekslaan en koekhakken (volksvermaken). Met een scharnierend hakmes moest een op een houten blok gelegen reep koek en een tevoren overeengekomen aantal slagen in de lengte doorgeslagen worden. De 'Kop van Jut' was op boeldagen ook zeer in trek. Voor de jeugd was het dé mogelijkheid een levenspartner te ontmoeten.

De verkoping vond gewoonlijk plaats in twee veilingen op de eerste dag. Later werd de 'palmslag' gehouden. Palmslag komt van het gebruik, dat ter bevestiging van de koop de ene partij een slag met de rechterhand (palm) in die van een ander gaf. De veilingen hadden plaats door 'bieden en hogen', waarvoor bod- en strijkgelden werden uitgeloofd. Ook werd er publiekelijk nogal eens koren of gras op stam verkocht. Bij verkoop van onroerend goed moest de koper zorg dragen voor twee borgen, die garant stonden voor betaling van de koopsom.

Een mooie beschrijving van een 'Bauldag op Graauwdielk' in A.S. de Blécourt: Fivelgoër landleven (1901). Zie ook stroman.


Pageviews vandaag: 6.