Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 15-01-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Bernard Delfgaauw

Bernard Maria Ignatius Delfgaauw (Amsterdam 1912 - Haren 1993) was een filosoof. De relatie tussen filosofie en actualiteit was voor hem wezenlijk. De wereld wordt steeds en telkens nu gevormd. Daarom is richting geven aan de geschiedenis noodzakelijk.

Bernard Delfgaauw bezocht het Ignatiuscollege in zijn geboortestad en daarna het noviciaat van de Jezuieten in Grave, maar hij werd ongeschikt bevonden.

Studeerde Nederlands, geschiedenis, wijsbegeerte en Hebreeuws aan de Gemeentelijke Universiteit (Amsterdam), waar hij in 1939 afstudeerde, met als bijvak Thomistische wijsbegeerte. Hij was toen overtuigd katholiek. De belangstelling voor Thomas van Aquino is hem zijn hele leven bijgebleven, al nam die de vorm aan van 'anarchistisch neothomisme', zoals een collega het typeerde.

Zoals zoveel katholieke studenten en intellectuelen, die kritisch gingen staan tegenover hun milieu, zag hij geen andere mogelijkheid dan sympathie te voelen voor fascistische denkbeelden. Toen de katholieke kerk zich tegen het fascisme ging keren, veranderde dit. Studentenmoderatoren, bijv. J. van Heugten, probeerden studenten ervan los te maken. In de oorlog hield Delfgaauw een Duitse priester-deserteur in zijn huis verborgen.

Promoveerde in de wijsbegeerte te Amsterdam (1947) op het proefschrift Het spiritualistisch existentialisme van Louis Lavelle.

Hij was vervolgens leraar Nederlands en Hebreeuws aan het Triniteitslyceum in Haarlem en privaatdocent existentiefilosofie en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam (1947) en wijsgerig medewerker aan het Psychiatrisch Instituut Heiloo (1933-1961).

Tijdens zijn studie (1952-1953) verbleef hij te Parijs, Leuven en Freiburg (hij studeerde o.a. bij Lavelle, Le Senne, Berger, Blondel).

Delfgaauw was een bekende van Marcel, Sartre, De Beauvoir, Wahl, Merleau-Ponty en Hyppolite, maar zei hij: 'Ik had de neiging filosofen als Bachelard en Lacan te ontlopen'. Tevens onderhield hij relaties met Heidegger, De Lubac, Daniélou. Hij was een groot kenner van Kierkegaard. Samen met R. Bakker was hij een van de eersten die de 'moderne' Franse filosofie in Nederland introduceerde.

Zeer betrokken was hij bij de verhouding tussen christendom en wijsbegeerte; hij bevorderde de emancipatie van katholieken door in gewone taal het socialisme van Marx en de evolutieleer van Teilhard de Chardin te verbinden met de christelijke leer (drie delen Geschiedenis en vooruitgang). Daarnaast verrichtte hij belangrijk werk op het gebied van de emancipatie van de sexualiteit.

In 1951 publiceerde Delfgaauw zijn Beknopte geschiedenis van de wijsbegeerte. Dit boek beleefde een enorm succes. Enkele generaties studenten in binnen- en buitenland hebben het bestudeerd. In 1957 publiceerde hij het vervolg, Wijsbegeerte van de 20e eeuw. Ook dit beleefde vele herdrukken en is later door Frans van Peperstraten aangevuld. Zijn boekje 'Wat is existentialisme?' had veel invloed.

Hij werd in 1961 hoogleraar wijsbegeerte en geschiedenis van de wijsbegeerte in Groningen.

De wijsgerige overzichten die hij schreef waren verplichte stof voor generaties studenten. Hij onderging ook de invloed van Heidegger en de fenomenologie, van Theilhard de Chardin en van het marxisme. De relatie tussen filosofie en actualiteit was voor hem wezenlijk. De wereld wordt steeds en telkens nu gevormd. Daarom is richting geven aan de geschiedenis noodzakelijk. Hij verhief zijn stem als dat nodig was. Bij de Vietnam-demonstraties, over Algerije, Nieuw-Guinea, de atoombewapening, Provo, de Palestijnse kwestie. Het zette kwaad bloed bij tegenstanders. Op kerkelijk gebied liet hij al eerder van zich spreken, bijv. als redacteur van Te Elfder Ure. Hier waren de doorbraak van katholieken naar de PvdA, het bisschoppelijk Mandement van 1954, de kerk als machtsinstituut, belangrijke thema's. Hij pleitte in 1959 slechts voor discussie over geboorteregeling, maar dit was voor de toenmalige kerk al te veel.

Delfgaauw was de grondlegger in 1965 van de Centrale Interfaculteit der wijsbegeerte van de RUG.

Geleerdheid verbond Delfgaauw steeds met sociaal-politieke betrokkenheid: zijn leus 'Johnson moordenaar', waarmee hij ten tijde van de Vietnamoorlog juridische vervolging riskeerde, zag hij als een wijsgerige uitspraak.

Delfgaauw speelde een bijzondere rol na het verbod in 1967 op de leuze: 'Johnson moordenaar'. Johnson was een van de Amerikaanse presidenten die oorlog voerde tegen Vietnam. De leuze werd verboden omdat zij een belediging inhield voor een bevriend staatshoofd. (Overigens werd op demonstraties het verbod ludiek omzeild door middel van de slogan "Johnson molenaar".) Delfgaauw bracht uitkomst door het protest te herformuleren: "Gemeten naar de maatstaven van Neurenberg en Tokio zijn Johnson, zijn naaste medewerkers en generaals oorlogsmisdadigers" ('Neurenberg' en 'Tokio' verwijzen naar oorlogstribunalen). Hij werd voor die uitspraak niet vervolgd. Toen echter in maart 1968 het Provo-blad 'God, Nederland & Oranje' een cartoon van Delfgaauw plaatste, met in grote letters 'Johnson moordenaar' in een tekstballon, werd het blad in beslag genomen.

In 1990 werd hij ten onrechte beschuldigd van antisemitisme gedurende WO-II.

Na zijn emeritaat raakte hij in toenemende mate geïnteresseerd in filosofische grammatica en taalanalytische filosofie.

Na een periode van nieuwe wijsgerige bezinning leverde hij in de jaren '80 opnieuw kritiek op de legalistische, bureaucratische kerk. Hij bleef katholiek omdat hij vond dat de kerk in beginsel warmte, menselijkheid en vreugde in zich heeft. Nietsche's nihilisme, deze 'unheimlichste aller Gäste', zag hij wel aankomen, maar zelf wilde hij niet in deze leegte leven. Hij bleef bij de hoop dat God bestaat. Bernard Delfgaauw overleed in 1993 in zijn woonplaats Haren

Delen van zijn werk zijn vertaald in het Engels, Spaans, Duits, Italiaans en Koreaans.

Bij zijn studenten was Delfgaauw nauw betrokken, maar hij was geen bevlogen docent. Hij stond bekend als een bekwaam bestuurder. Alle eerbewijzen voor zijn bestuurlijk en wetenschappelijk werk wees hij resoluut van de hand.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 31.