Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 01-10-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

bedelorde

Bedelorden of mendicanten zijn geestelijke orden, die ontstonden in de 13de eeuw als reactie op de grote rijkdom van de benedictijnen, cisterciënzers en premonstratenzers. Het zijn kloosterorden van monniken of nonnen, die geen persoonlijke bezittingen mochten hebben en die bedelden voor hun levensonderhoud. Bedelorden zijn de dominicanen, franciscanen, karmelieten en servieten.

Het ontstaan van genootschappen van mendicanten hangt nauw samen met de armoedebeweging in Europa in de 12e en 13e eeuw, waarvan Franciscus van Assisi de belangrijkste exponent was, en met de behoefte aan nieuwe vormen van zielzorg onder de bevolking van de steden die in opkomst waren. De mendicanten legden zich toe op een apostolisch leven en op navolging van de arme Christus. Als zodanig ontstonden de dominicanen, franciscanen, karmelieten, augustijnen, later o.a. de servieten, trinitariërs, broeders van barmhartigheid van Johannes de Deo. Zij legden zich toe op een beleving van de armoede waarbij eigendom was uitgesloten niet alleen voor de individuele kloosterling, maar ook voor de kloosters als gemeenschap. Zij voorzagen in hun levensonderhoud door te bedelen.

De broeders verwierpen persoonlijke en institutionele eigendom, zelfs de huizen waarin zij woonden, hadden zij in principe niet in eigendom; geldhandelingen waren uit den boze, Deze strengheid bleek niet te handhaven. Binnen de orden ontstonden stromingen die ofwel streng, de observanten, danwel minder streng, de gaudenten, de regel
wilden handhaven.

De bedelorden kenden een streng hiërarchische opbouw met generale kapittels, provinciale kapittels en visitaties.
Zij vestigden zich vooral in stedelijke agglomeraties; daaromheen bakenden zij termijnen af om door preken in hun levensonderhoud te kunnen voorzien (bedelen).

Zij kenden geen stabilitas loci; bij intrede werd een broeder filius van zijn klooster, maar kon door het besluit van een kapittel in elk klooster en in elke functie geplaatst worden. De gebondenheid aan een bepaald klooster (de oude stabilitas loci van de monniken) gaven zij op, waardoor hun organisatie een internationaal karakter kreeg en de mobiliteit groter werd.

In hun leven trachtten zij beschouwing en apostolaat te verbinden. Hun levenswijze had o.a. invloed op de bouwstijl van kerken en kloosters, die soberder werd. De kerkgebouwen zijn sober, maar ruim (preekschuren), zonder toren, maar met dakruiter voor een klok. In Groningen waren vestigingen van augustijner heremieten, dominicanen en franciscanen.


Eerste pageview van vandaag: 1