Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 01-10-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

bankwezen

Banken kent de provincie Groningen al enkele eeuwen. Het Groninger stadsbestuur richtte in 1627 een Bank van Lening op, waarvan het beheer sinds 1766 gepacht werd door het Roode Weeshuis. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen stichtte in haar nutsdepartement Groningen in 1820 een Nutsspaarbank. De spaarbanken hadden een sterk sociaal karakter. De in 1866 opgerichte Groninger Nuts Hulpbank past daar ook bij.

Naast deze spaarbanken ontwikkelden zich in de 19de eeuw banken met andere specialisaties: handelsbanken en hypotheekbanken. Te noemen zijn de Groninger bank, de Credietvereeniging 1853 NV en de in 1890 in Groningen opgerichte Friesch-Groningsche Hypotheekbank NV.
Tegen de eeuwwisseling was de landbouwmalaise de reden voor de oprichting van coöperatieve boerenleenbanken en raiffeisenbanken, die de boeren krediet konden verstrekken.

Gedurende de gehele 20ste eeuw heeft het bankwezen te maken gehad met overnames en fusies, waarbij schaalvergroting en risicospreiding de belangrijkste drijfveren waren.
Zo werden de NV Groningsche Crediet- en Handelsbank in 1921 en NV Bankierskantoor Reinders & Knol Bruins in 1922 overgenomen door de Amsterdamsche Bank.
De Fa. Geertsema en Co. ging in 1917 over naar de Rotterdamsche Bank.
De Groninger Bank nam in 1917 de CV Groninger Bankvereeniging Schortinghuis & Stikker over en in 1922 de Fa. Timmerman & Sassen, maar ging in 1931 zelf verder als Twentsche Bank.
De Incasso Bank verwierf zich in 1922 de Fa. Vierssen Trip & Feith, in 1937 de Credietvereeniging 1853 NV, Bankassociatie Wertheim & Gompertz en Effectenkantoor N.A. Wichers NV en in 1938 Assurantiekantoor H. Jansen NV. Zelf ging de Incasso Bank in 1948 vervolgens weer op in de Amsterdamsche Bank.
De Friesch-Groningsche Hypotheekbank NV fuseerde in 1937 met de Nederlandsche Hypotheekbank.

Deze tendens van overnames zette zich in de jaren '50 en '60 voort. Julius Oppenheim's Bank was al in 1947 naar de Amsterdamsche Bank overgegaan, de Fa. Vos en Koppius volgde in 1957, Hogema's Bank in 1960, de Fa. Van Assen en Veendorp in 1961. Daarmee verdween geleidelijk het Groningse karakter uit het bankwezen.

Op nationaal niveau gingen de fusies ook door, evenals het proces van branchevervaging. De grote banken traden op als handels-, hypotheek- en spaarbanken tegelijk.
Nadat in 1964 de Twentsche Bank was opgegaan in de Algernene Bank Nederland en de Amsterdamsche en de Rotterdamsche Bank als Amro Bank voortleefden, gingen in 1972 Boerenleenbank en Raiffeisenbank verder als Rabobank. De laatste herinneringen aan Groninger banken verdwenen, toen de AMRO Bank D.J. Huizinga's Bank overnam en de Rabo Bank de Veenkoloniale Bank voor Hypotheek- en Scheepsverband. De Bondsspaarbank, die alle Nutsspaarbanken had overgenomen, werd in 1991 als SNS Bank voortgezet.


Pageviews vandaag: 9.