Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 17-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Afscheiding

De Afscheiding (van 1834) heeft betrekking op de beweging der 'kleine luyden', waarin de geest van de gereformeerd-piëtistische conventikels uit de 17de en de 18de eeuw voortleefde. In deze kring had men groot bezwaar tegen het rationalistische denken in de theologie, tegen de macht van de plaatselijke notabelen (collatoren) bij de beroeping van meestal liberale predikanten en tegen de verontachtzaming van de klassieke gereformeerde belijdenisgeschriften. De Afscheiding heeft geleid tot zelfstandige gereformeerde kerken naast de Nederlandse Hervormde Kerk.

De predikant Hendrik de Cock (1801-1842) te Ulrum en zijn collega Hendrik Peter Scholte (1805-1868) te Doeveren gaven leiding aan deze beweging. Zij grepen terug op de strenge calvinistische geloofsbelijdenis, in het bijzonder op de leer der uitverkiezing, spraken op de preekstoel de bij het gewone kerkvolk geliefde 'tale Kanaäns' en bekriti-
seerden het handelen van de synode.
Dominee De Cock kwam in conflict met de kerkelijke leiding van classis en provincie door kinderen uit naburige gemeenten te dopen, door zijn felle kritiek op de in 1807 verschenen Evangelische Gezangen en door zijn aanval op twee liberale predikanten L. Meyer Brouwer (1786-1872) te Uithuizen en G. Benthem Reddingius (1774-1844) te Assen. De Cock werd in 1833 door het classicaal bestuur van Middelstum geschorst en uiteindelijk door het provinciaal kerkbestuur afgezet. In hoger beroep kreeg hij een half jaar tijd voor herroeping, maar De Cock bleef bij zijn standpunt.

Onder invloed van H.P. Scholte, die - sterk beïnvloed door het Frans-Zwitserse Reveil - pleitte voor een vrije afgescheiden kerk voor ware gelovigen, tekenden de Ulrumer kerkenraad en gemeenteleden de 'Acte van afscheiding of wederkering', waarin zij verklaarden geen gemeenschap meer te willen hebben met de Nederlandse Hervormde Kerk, totdat deze tot de ware dienst des Heren zou terugkeren.

De kerkelijke en wereldlijke overheid antwoordden met strenge maatregelen, waaronder schorsing van ambtsdragers en inkwartiering van soldaten bij afgescheidenen, zogenaamd om de orde te handhaven.

Verschillende gemeenten sloten zich bij de Afscheiding aan. In de periode 1834-1840 maakten predikanten en gemeenteleden uit 45 gemeenten in de provincie Groningen zich los van de Hervormde Kerk en stichtten ze de
Christelijke Afgescheidene Gemeenten.

In 1841 kregen de afgescheidenen onder koning Willem II officiële erkenning, in 1854 stichtten zij een eigen theologische hogeschool in Kampen en in 1869 heette hun kerk officiëel Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland.


Pageviews vandaag: 5.