Lexicon Kunstbus Groningen

Dit artikel is 28-04-2021 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Abraham Pieter Fokker

Abraham Pieter Fokker (Middelburg 8 juli 1840 - 9 oktober 1906) was medicus en sinds 1877 hoogleraar gezondheidsleer in Groningen. Als overtuigd hygiënist was hij lid van de Vereeniging ter Bevordering van de Volksgezondheid, voorzitter van de Raad van Commissarissen van de N.V. Groninger Waterleiding en gemeenteraadslid en zette hij zich in voor schoon drinkwater voor alle inwoners van Groningen.

Zoon van dr. A.A. Fokker en Anna Agatha Herklots. Na voorbereidende studies aan de gymnasia te Middelburg en Arnhem en de Klinische School in zijn geboortestad, studeerde hij medicijnen te Leiden. Promoveerde in 1863 op de dissertatie 'Over de temperatuur van den mensch in gezonden en zieken toestand'. Daarna werd hij assistent in het Buitengasthuis te Amsterdam bij de eminente geneesheer dr. G.D.L. Huet, later hoogleraar te Leiden. In 1865 vestigde hij zich als geneesheer te Goes. Zijn necrologen hebben deze periode uit zijn leven nauwelijks vermeld, hoewel zij voor de Goese gezondheidszorg en voor Fokkers wetenschappelijke ontwikkeling van grote betekenis was. Hij las veel Europese medische tijdschriften en besprak die in het 'Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde'. Hij schreef in zijn Goese jaren ook oorspronkelijke stukken, onder andere over twistpunten van de dag: de invloed van alcohol op temperatuur en ureumafscheiding en over de invloed van arsenicum op de stofwisseling. Hij gebruikte zijn hond en zichzelf voor zijn proeven. De resultaten van zijn onderzoeken kwamen zijn patiënten ten goede. Hij publiceerde in genoemd tijdschrift ook drie ziektegeschiedenissen uit zijn eigen praktijk. Fokker haalde in een artikel over de sterfte aan longtering in Zeeland fel uit tegen epidemiologen, die op basis van onbetrouwbare statistieken zich aan overdreven conclusies schuldig maakten. Hij kwam zelf tot de conclusie dat longtering in Zeeland procentsgewijs weinig voorkwam. Zijn laatste, te Goes geschreven artikel luidde `De volksvoeding in Zeeland'. Het is een doorwrocht stuk, dat op realistische wijze de erbarmelijke levensomstandigheden van de kleine plattelandsman schetst.

In 1877 verliet hij met vrouw (Petronella Carolina van der Vinne, geboortig uit Benkoelen) en kroost zijn Goese praktijk om te Groningen hoogleraar in de hygiëne te worden. Zijn inaugurele rede was gebaseerd op praktische en theoretische kennis die hij te Goes vergaard had. Zijn leeropdracht was overladen, hij moest ook colleges geven in de farmacologie en de forensische geneeskunde. Zijn fulminaties hiertegen hadden geen effect. Bij het 50-jarig bestaan van de 'Mij' hield hij te Middelburg een rede naar aanleiding van Behrings serumbehandeling tegen difteritis, wat een medische rel ontketende. Onder zijn verdere activiteiten en polemieken behoort nog de 'Prostitutiekwestie'.

Klik hier voor informatie over auteurs, literatuur en websites waar veelvuldig uit geciteerd of geparafraseerd is.

Pageviews vandaag: 2.