Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 11-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

aartsdiakonaat

Bisdommen waren sinds de 11de-12de eeuw verdeeld in aartsdiakonaten. De aartsdiaken was de plaatsvervanger van de bisschop in een bepaald gebied voor taken waar geen bisschopswijding voor nodig was.

Aartsdiakonaten Münster en Osnabrück

De Ommelanden en het Oldambt behoorden in het bisdom Münster tot het aartsdiakonaat Frisia, dat ook een gedeelte van Oost-Friesland omvatte; de ambtsdrager werd gewoonlijk officiaal genoemd. De aartsdiaken van Frisia
was een kanunnik van de Münsterse Dom: hij hield toezicht op de levenswandel van geestelijken en leken, mocht parochies oprichten, kerkgebouwen wijden, geestelijken benoemen en synoden houden. Het aartsdiakonaat Frisia was verdeeld in proostdijen.

Het Osnabrückse aartsdiaconaat Frisia et Emslandia (soms ook Westerwolde genoemd) besloeg het gebied rond Winschoten, de zuidelijke rand van Reiderland en delen van het Emsland.

In het bisdom Utrecht behoorde het Gorecht tot Drenthe en daarmee tot het aartsdiakonaat van de proost van Sint-Marie in Utrecht. Deze liet zich door de deken van Drenthe
vervangen.

Deze functies kwamen formeel te vervallen door de reformatie in Oost-Friesland na 1520 en de instelling van het bisdom Groningen in 1559 (feitelijk 1567). Daarbij gingen ook de oude proosdijen, die veelal werden bekleed door wereldse proosten, geleidelijk te gronde. Toch duurde het nog tot het einde van de 16e eeuw voordat de bisschoppen zich neerlegden bij het verlies van deze gebieden.



Pageviews vandaag: 5.