Stichting Kunstbus Groningen

Dit artikel is 06-09-2020 voor het laatst bewerkt.
Mail uw opmerking over of aanvulling op dit artikel naar kunstbus@gmail.com

Aartsbisdom Utrecht

In de periode 1853-1956 was dit het bestuurlijke deel van de katholieke Kerk waartoe de katholieken in Groningen behoorden. Na de Hollandse Zending kreeg de Nederlandse kerkprovincie in 1853 weer een gebruikelijke kerkelijke organisatie met het aartsbisdom Utrecht en de bisdommen Haarlem, 's-Hertogenbosch, Breda en Roermond (Herstel van de Hiërarchie).

De aartsbisschop leidde zijn diocees met straffe hand. Een stroom van circulaires en brieven bracht boodschappen van paus en aartsbisschop over aan geestelijkheid en gelovigen.

De aartspriester verdween; de aartspriesterschappen werden omgezet in dekenaten.

In 1854 kregen de parochiale kerk- en armbesturen hun reglementen. De pastoor werd de centrale figuur in de parochie. Het kerkbestuur had voor het beheer vaak de toestemming van de aartsbisschop nodig.

De aartsbisschop richtte in 1857 een priesteropleiding op, het grootseminarie Rijsenburg. Het kleinseminarie stond in Culemborg en later in Apeldoorn. Er waren voldoende priesterkandidaten. De katholieke Kerk bloeide in de tweede helft van de 19de eeuw. Er werden veel neogotische kerken gebouwd, ook in Groningen (zie rooms-katholieke kerkbouw, neogotiek).

Ondanks het feit dat de katholieke kerk huwelijksvruchtbaarheid propageerde, heeft


Pageviews vandaag: 3.